De beslissing op de aanvraag is gebaseerd op art. 2.3.5 lid 6 Wmo 2015. Daarbij heeft het college een zeer ruime beslisruimte (CRVB:2018:3933 en CRVB:2019:3171). Het gaat om de vraag of het college in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen om de aanvraag om een maatwerkvoorziening, bij een behoefte die niet door de Wlz wordt gedekt, af te wijzen of toe te kennen. De belangen van de cliënt spelen een rol bij de motivatie (RBGEL:2023:4967).
Passende bijdrage geldt niet
Het gaat om een redelijkheidstoets. Er hoeft bij een toekenning in ieder geval niet te worden vastgesteld of de maatwerkvoorziening een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.16
Artikel 2.16.8
Motivatie weigeren maatwerkvoorziening
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder 2025