Na het doorlopen van het stappenplan wordt bij stap 5 vastgesteld of het college een individuele voorziening zal verlenen. En zo niet, wat de reden daarvan is. En zo ja, welke dat is en aan welke doelen wordt gewerkt om de vastgestelde resultaten te bereiken.
Het college beoordeelt eerst of de volgende aspecten aan de orde zijn:
Geen jeugdhulp.
Geen noodzaak tot het verlenen van jeugdhulp.
Gebruikmaking van een andere wet.
Vrij toegankelijke jeugdhulpvoorziening biedt een passende oplossing.
Welke individuele voorziening is aangewezen en in welke vorm die wordt verleend.
1.Geen jeugdhulp
Op basis van het onderzoek kan het college vaststellen dat er geen sprake is van jeugdhulp. Dat kan te maken hebben met aanspraken die geregeld zijn in een andere wet (zie hierna onder 3) maar ook situaties waarin geen sprake kan zijn van jeugdhulp. De volgende voorbeelden worden genoemd:
Hulp met als doel het realiseren van (passend) onderwijs valt niet onder Jeugdwet. Dat geldt ook voor het thuis doorlopen van een onderwijsprogramma (RBDHA:2018:8310, RBROT:2020:5711).
Vervoer naar diverse (hobby)activiteiten is geen jeugdhulp (RBROT:2019:7883).
Tandartsbezoeken waarbij de behandeling onder narcose moet plaatsvinden, begeleiding bij de controle door de kinderarts en het laten innemen van de medicatie (RBOVE:2016:4171).
Begeleiding van en naar de zwemles (RBOVE:2016:5199).
Hulp in de vorm van alleen opvang van de jeugdige.
2.Geen noodzaak tot het verlenen van jeugdhulp
Op basis van het onderzoek kan blijken dat er weliswaar sprake is van een behoefte aan jeugdhulp, maar dat college kan vinden dat er geen noodzaak is voor het verlenen van een individuele voorziening. Dat kan bijvoorbeeld te maken hebben met de leeftijd en/of het ontwikkelingsniveau van de jeugdige. In de praktijk zal dit meestal voorkomen bij een verzoek om een specifieke jeugdhulpvoorziening (aard en omvang) van ouders of jeugdigen.
3.Gebruikmaking van een andere wet
Uit het onderzoek kan al duidelijk zijn dat de jeugdige aanspraak kan maken op een andere wet. Denk aan het Leerlingenvervoer, de Zorgverzekeringswet of de Wet passend onderwijs. Ook kan het college vaststellen dat, gelet op problematiek, aanspraak bestaat (kan bestaan) op een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Van ouders wordt in zo’n geval verwacht dat een aanvraag bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) wordt gedaan. Ouders kunnen bij die aanvraagprocedure gebruikmaken van cliëntondersteuning. Jeugdhulp en Wlz kunnen wel samengaan als een behoefte van ouders of jeugdigen niet onder de Wlz valt. Dat is het geval als de jeugdhulp voor de jeugdige noodzakelijk is (RBZWB:2017:4537). Denk bijvoorbeeld aan opvoedondersteuning.
4.Vrij toegankelijke jeugdhulpvoorziening
Op basis van het onderzoek kan het college vaststellen dat gebruikmaking van een vrij-toegankelijke jeugdhulpvoorziening een voldoende oplossing biedt.
5. Individuele voorziening
Het college beoordeelt of een individuele voorziening is aangewezen. En zo ja, welke dat is. Daarbij heeft het college beoordelingsruimte. In hoofdstuk 4 van deze beleidsregels zijn de individuele voorzieningen verder uitgewerkt.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.8
Artikel 2.8.6
Stap 5 van het stappenplan
Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Noordoostpolder 2025