Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2

Artikel 3.2.2

Beoordelingskader eigen kracht

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Noordoostpolder 2025

Artikel 1.1 Begripsbepaling Verordening De verordening bepaalt wat onder eigen kracht wordt verstaan: de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen als bedoeld in artikel 2.3 van de wet, gebaseerd op de zorgplicht van ouders op grond van artikel 1:82 en 1:247 van het Burgerlijk Wetboek en zoals nader uitgewerkt in hoofdstuk 4 van de verordening. Artikel 3.3 tot en met 3.6 Verordening Om te beoordelen of de eigen kracht van ouders toereikend is, gebruikt het college de afwegingsfactoren die zijn opgenomen in de verordening. Of gebruikelijke hulp (volgens de Richtlijn gebruikelijke hulp) binnen de eigen kracht valt is afhankelijk van de volgende afwegingsfactoren: de opvoedkundige capaciteiten van ouders, en de beschikbaarheid van ouders rekening houdend met acute omstandigheden die zich kunnen voordoen. Boven-gebruikelijke hulp. Of boven-gebruikelijke hulp binnen de eigen kracht valt is afhankelijk van: de behoeften en mogelijkheden van de jeugdige; de voor de jeugdige benodigde ondersteuningsintensiteit en de duur daarvan; de mogelijkheden, draagkracht en de belastbaarheid van de ouders, die verband houdt met de zorgplicht. Waarbij geldt dat ouders hun (dagelijkse) leven zo inrichten dat zij hun draagkracht en belastbaarheid zo groot mogelijk maken en houden; de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; het belang van de ouders om te voorzien in een inkomen. Vervoer van en naar de jeugdhulplocatie als dat medisch noodzakelijk is of de jeugdige (nog) niet zelfredzaam is. Of het jeugdhulpvervoer binnen de eigen kracht valt is afhankelijk van: of de jeugdige in staat is om zelf te reizen; de aanwezigheid van een auto of de mogelijkheid voor gebruik van het openbaar vervoer; de afstand in verband met de tijd die nodig is voor het vervoer en de vraag of er een jeugdhulpvoorziening dichterbij is die ook geschikt is; het tijdstip waarop de ritten uitgevoerd moeten worden; het aantal dagen dat vervoer nodig is; draagkracht en draaglast in het gezin. Hulp van personen uit het sociaal netwerk. Van ouders wordt verwacht dat zij zich in hoge mate inspannen om hulp van personen uit het sociaal netwerk te krijgen. Hulp van niet gecontracteerde organisaties of instellingen binnen Noordoostpolder. Van ouders wordt verwacht dat zij zich inspannen om hulp van die organisaties of instellingen te krijgen. Het gaat om organisaties die niet vanuit de Jeugdwet zijn gecontracteerd en voor elke ouder of kind van Noordoostpolder toegankelijk is. Het college kan voorbeelden geven. Denk bijvoorbeeld aan de scouting, verenigingen of een kerkgenootschap. Gebruik maken van een aanvullende zorgverzekering. Van ouders wordt verwacht dat zij gebruik maken van aanspraken op grond van een aanvullende zorgverzekering die is afgesloten. Ouders en eigen kracht Het Burgerlijk Wetboek geeft een andere definitie van het begrip ouders dan de Jeugdwet. Daarom bepaalt de Verordening dat het eigen-kracht-principe ook van toepassing is op ouders in de zin van de Jeugdwet. Het gaat om iemand die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder (art. 3.2 lid 2 Verordening). Kortdurend en langdurend De behoefte aan jeugdhulp kan kortdurend of langdurend van aard zijn. Dat is afhankelijk van de opgroei- en opvoedingsproblemen en/of psychische problemen en stoornissen. Hierna worden de zes punten over de beoordeling van de eigen kracht nader toegelicht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel