Het college stelt op basis van de Richtlijn gebruikelijke hulp vast of er sprake is van gebruikelijke hulp en zo ja wat de omvang daarvan is. Een door ouders opgesteld zorgmomentenoverzicht kan helpen bij de vaststelling. De Richtlijn gebruikelijke hulp voorziet niet in een precieze tijdsindicatie; het gaat om een bandbreedte. Het college beoordeelt bij stap 3 van het stappenplan op welke hulp de jeugdige is aangewezen, rekening houdend met de leeftijd. Valt een noodzakelijke ‘activiteit’ binnen een bepaald ontwikkelingsprofiel van de richtlijn, dan is in beginsel sprake van gebruikelijke hulp. De volgende vier uitgangspunten worden gehanteerd bij de beoordeling.
1. Leeftijd van de jeugdige
De Richtlijn Gebruikelijke hulp gaat uit van een bandbreedte in het normale ontwikkelingsprofiel van een kind. Ook tussen kinderen van dezelfde leeftijd zonder behoefte aan jeugdhulp kan de omvang van de verzorging, begeleiding en opvoeding (per dag) verschillen. Het ene kind is nu eenmaal gemakkelijker of sneller zelfstandig dan het andere kind. Gebruikelijke hulp bij kinderen kan ook activiteiten omvatten die niet standaard bij alle kinderen voorkomen. Een voorbeeld. Veel kinderen van 4 jaar zijn overdag zindelijk en gaan zelf naar het toilet, maar het is niet ongewoon dat een kind van deze leeftijd hier stimulans, hulp of toezicht bij nodig heeft.
2. Aard van de zorghandelingen
Gebruikelijke hulp bij kinderen kan ook handelingen omvatten die niet standaard bij alle kinderen voorkomen. Het gaat dan om handelingen die een gebruikelijke zorghandeling vervangen. Twee voorbeelden. Het geven van sondevoeding in plaats van eten of handelingen die in samenhang met reguliere zorgmomenten kunnen worden geboden, zoals het geven van medicijnen.
3. Frequentie en patroon van de zorghandelingen
Zorghandelingen die meelopen in het normale patroon van dagelijkse zorg voor een kind, zoals drie keer eten per dag, worden als gebruikelijke hulp aangemerkt. Een voorbeeld. Als een kind bij het ontbijt en het naar bed gaan medicatie aangereikt moet krijgen, loopt dit mee in de het normale patroon van dagelijkse zorg voor een kind en wordt dit als gebruikelijke hulp aangemerkt. Hetzelfde geldt voor het aanreiken van spullen of speelgoed na afloop van de maaltijd of na een drinkmoment, bij kinderen met een lichamelijke beperking.
4. Omvang van de met de zorghandelingen gemoeide tijd
De omvang van de tijd die met de zorghandelingen is gemoeid, kan meebrengen dat niet langer sprake is van gebruikelijke hulp. Een voorbeeld. Alle kinderen hebben tot een bepaalde leeftijd hulp nodig bij wassen en kleden, maar als deze handelingen veel meer tijd kosten vanwege bijvoorbeeld spasticiteit, wordt deze extra tijd niet als gebruikelijke hulp gezien maar als boven-gebruikelijke hulp.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3
Artikel 3.3.1
Uitgangspunten beoordelen gebruikelijke hulp
Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Noordoostpolder 2025