Het college hanteert een systematiek die bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (art. 4.2, eerste lid Omgevingswet). Onderdeel hiervan is biodiversiteit en natuurinclusiviteit. Plannen moeten voldoen aan vastgestelde ambities en normen. Het college beoordeelt of de voorgestelde natuurinclusieve maatregelen uiteindelijk voldoende bijdragen aan het versterken van de biodiversiteit. Om te bepalen hoe deze onderdelen worden gewaarborgd, hanteert het college de volgende toetsingsvoorwaarden:
De projectgrootte bepaalt het verplichte aantal doelsoorten waarvoor habitats gerealiseerd moeten worden;
Er geldt een norm van 50 m² openbaar groen per woning, met eventuele afwijkingsmogelijkheden voor inbreidingslocaties (zie Artikel 4);
Voor gebouwbewonende soorten dient er per 100 m² bebouwd oppervlak minstens één verblijfplaats te worden gecreëerd;
Natuurinclusieve inrichtingsmaatregelen moeten in lijn zijn met de gekozen doelsoorten en minimaal 2 punten per 100 m² plangebied opleveren;
Bij de aanvraag moeten alle details worden vastgelegd in een toetsingsformulier, voorzien van overzichtstabellen en plankaarten, voor een volledige plantoetsing.
Hieronder volgen de stappen die doorlopen moeten worden om aan de voorwaarden te kunnen voldoen:
Bepaling van de projectcategorie en doelsoorten
De gemeente bepaalt, op basis van de grootte van het plangebied, in welke categorie het project valt. Deze categorie bepaalt het aantal doelsoorten waarvoor habitats ingericht moeten worden.
Bepaling van het aantal benodigde punten en verblijfplaatsen
Voor elk project worden de te behalen punten en het aantal verblijfplaatsen vastgesteld op basis van de projectgrootte. Dit betekent dat er per 100 m² plangebied minimaal 2 punten en voor gebouwbewonende soorten per 100 m² bebouwd oppervlak ten minste één verblijfplaats gerealiseerd moet worden. Maatregelen die voldoen aan de faunabescherming op grond van Omgevingswet tellen mee voor de verblijfplaatsen.
Locatieonderzoek en selectie van doelsoorten en maatregelen
Op basis van de specifieke projectlocatie en omvang selecteert de gemeente samen met de aanvrager één of meerdere doelsoorten. Voor elke geselecteerde doelsoort worden natuurinclusieve maatregelen gekozen die voldoen aan de ‘5 V’s’ (Verblijf, Voortplanting, Voedsel, Veiligheid en Verbinding) en bijdragen aan een leefbare omgeving.
Opstellen van het ontwerp en documenten voor plantoetsing
Bij de buitenplanse omgevingsvergunningsaanvraag (BOPA) of wijziging van het Omgevingsplan wordt een toetsingsformulier ingevuld. Dit formulier, dat zich in de bijlagen bevindt, geeft inzicht in de wijze waarop aan de regeling wordt voldaan.
Bepaling projectcategorieën
Voor de inrichting van natuurinclusieve projecten worden bouwprojecten, afhankelijk van de grootte van het plangebied, ingedeeld in drie categorieën.
•
Kleine projecten tot 1.000 m2:
Minimaal één doelsoort
•
Middelgrote projecten van1.000 - 10.000 m2:
Minimaal twee doelsoorten
•
Grote projecten: > 10.000 m2
Minimaal drie doelsoorten
Projecten kunnen zich richten op extra doelsoorten, mits voor elke soort een volledig habitat wordt gecreëerd dat voldoet aan alle overlevingsvoorwaarden (de 5 V’s).
Selectie en keuze van doelsoorten
Het college heeft een lijst van aanbevolen doelsoorten die belangrijk zijn voor het versterken van de biodiversiteit in Drimmelen. Elke doelsoort vertegenwoordigt een type natuur dat in voldoende mate aanwezig moet zijn om een gezonde leefomgeving te bieden. Het college beoordeelt of de gekozen inrichtingsmaatregelen daadwerkelijk bijdragen aan het habitat van de doelsoort. In de bijgevoegde beleidsnota staan de doelsoorten. In de inspiratiegids staat meer informatie over de doelsoort, en in het toetsingsformulier kunnen initiatiefnemers natuurinclusieve maatregelen selecteren en controleren of voldoende punten zijn behaald.
Afwijken van de geselecteerde doelsoorten
In uitzonderlijke gevallen kan het nodig zijn om een andere doelsoort te kiezen dan de in de lijst vermelde soorten. Dit kan bijvoorbeeld voortkomen uit (aanvullend) ecologisch onderzoek. In dat geval bespreekt de aanvrager dit met de gemeente, waarbij een uitgebreide motivering wordt vereist. Hierin dient te worden aangetoond hoe deze soort voldoet aan de vijf V’s en welke maatregelen passend zijn.
Artikel 3:
Methodiek / Systematiek
Onderdeel van Beleidsregel natuurinclusief bouwen en inrichten 2025