Het college biedt enkel bij inbreidingslocaties of bij de ontwikkeling van kleinschalige ruimte-voor-ruimtekavels waar geen mogelijkheid is om openbare ruimte in te richten, de mogelijkheid om te wijken van de voorwaarden zoals de groennorm en het minimaal te behalen aantal punten, zoals benoemd in artikel 3. Hierbij beoordeelt het college op basis van plaatsgebonden omstandigheden of en in hoeverre afwijken noodzakelijk is en wordt er een zorgvuldige onderbouwing gevraagd. Bij de beoordeling van afwijkingsverzoeken onderzoekt de gemeente de volgende alternatieven om alsnog aan de natuurinclusieve doelstellingen te voldoen:
Of het ontbrekende oppervlak aan natuur kan worden gecompenseerd binnen het eigen terrein (tuin) of op of aan gebouwen (daken en gevels) binnen het projectgebied;
Of het ontbrekende oppervlak aan natuur gerealiseerd kan worden in de directe nabijheid van het project, bij voorkeur in dezelfde straat of buurt;
Of halfverharding en groene parkeerplaatsen kunnen bijdragen aan de groennorm (met een waarde van 50% van het groene oppervlak);
Of er ruimte is voor het ontbrekende oppervlak aan groen op een door de gemeente aangewezen locatie;
Of een financiële compensatie kan worden overeengekomen, waarbij de bijdrage wordt aangewend voor natuurinclusieve maatregelen elders binnen de gemeente.
Indien geen van de bovengenoemde opties haalbaar is om aan de natuurinclusieve vereisten te voldoen, kan het college, in het geval van andere (zwaarwegende) belangen, besluiten om (gedeeltelijk) vrijstelling te verlenen van deze verplichtingen.
Artikel 4:
Afwijkingsmogelijkheden
Onderdeel van Beleidsregel natuurinclusief bouwen en inrichten 2025