Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.

Artikel 8.

Criteria individuele voorzieningen

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente West Betuwe 2025

1.. Jeugdigen en/of ouder(s) komen pas in aanmerking voor een individuele voorziening als zij zelf geen oplossing kunnen vinden voor de ondersteuningsvraag: binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (eigen kracht). Hieronder wordt in ieder geval verstaan: gebruikelijke hulp van ouder(s) en/of andere verzorger(s) of opvoeder(s); bovengebruikelijke hulp van ouders voor zover zij beschikbaar en in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden, dit geen (dreigende) overbelasting oplevert en door het bieden van de bovengebruikelijke hulp geen financiële problemen in het gezin ontstaan; de ondersteuning vanuit het sociale netwerk; het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering die is afgesloten. door gebruik te maken van een algemene voorziening, of; door gebruik te maken van een andere voorziening. 2.. Als de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige en/of ouder(s)voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, kan het college hier slechts een voorziening voor verstrekken: als op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet, en; voor zover het college de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen; de voorziening als bedoeld in lid 2 kan slechts betrekking hebben op gemaakte kosten over een periode van maximaal 3 maanden vóór de aanvraag; het college kan nadere regels stellen ter verdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in het eerste en tweede lid.

Rechtspraak bij dit artikel