Door middel van standplaats- en ventbeleid worden activiteiten toegestaan welke plaatshebben op de openbare weg en voor eenieder zichtbaar zijn. Op een goede naleving van de standplaatsvergunningen wordt toegezien door de Buitengewoon Opsporingsambtenaren (BOA’s), die als toezichthouders van de gemeente zijn aangewezen. De toezichthouders hebben op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de APV de bevoegdheden gekregen welke benodigd zijn voor het uitvoeren van hun taak. Op een goede naleving van het venten wordt ook controle uitgevoerd door de politie.
Handhaving kan privaatrechtelijk, strafrechtelijk of publiekrechtelijk gebeuren. De controle op naleving zal zich in de eerste plaats richten op de publiekrechtelijke aspecten, namelijk door:
het intrekken of wijzigen van de vergunning;
het toepassen van bestuursdwang;
het opleggen van een last onder dwangsom.
Het doel hiervan is de overtreder te bewegen de onrechtmatige situatie te beëindigen, de gevolgen te beperken of herhaling van de overtreding te voorkomen. Afhankelijk van de situatie zal voorafgaande aan de bovengenoemde sancties in principe eerst een verzoek door de toezichthouder worden gedaan, de overtreding op te heffen. Dit kan zowel door de BOA’s, de wijkopzichter of de politie plaatsvinden. Wordt hieraan geen gevolg gegeven dan zal een waarschuwing door het bevoegd bestuursorgaan volgen. Hierna kunnen de genoemde bestuursrechtelijke sancties volgen.
Daarnaast kan door een buitengewoon opsporingsambtenaar of de politie proces verbaal worden opgemaakt indien er zonder of in afwijking van het beleid / de vergunning gevent wordt of een standplaats is ingenomen.
Overtreding van het standplaatsenbeleid* kan op verschillende wijzen, bijvoorbeeld:
de standplaats wordt ingenomen op een tijdstip en/of dag waarop volgens het standplaatsenbeleid (vergunning) niet is toegestaan;
de standplaats wordt ingenomen op een plaats waar dat volgens het standplaatsenbeleid (vergunning) niet is toegestaan;
op de verkoopwagen worden voorzieningen aangebracht die niet overeenstemmen met het standplaatsenbeleid;
één van de overige voorwaarden in het standplaatsenbeleid (vergunning) wordt overtreden;
de ingenomen standplaats leidt tot structurele overlast.
*waar standplaatsenbeleid staat kan ook ventbeleid worden gelezen
Bij de (bestuursrechtelijke) handhaving zal het volgende stappenplan gehanteerd worden:
Constatering
Toezichthouder
College van B&W
1e overtreding
Mondelinge waarschuwing
2e overtreding
Schriftelijke waarschuwing
3e overtreding
Opleggen last onder dwangsom of toepassen bestuursdwang
Voortduren overtreding
Intrekken vergunning
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.4
Artikel 3.4.2
Handhaving
Onderdeel van Beleidsregels Standplaatsen Voorne aan Zee 2025