Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 3.6

Beschikking (beslistermijn, inhoud, duur en 18+)

Onderdeel van Beleidsregels Hart voor de Jeugd gemeente Ooststellingwerf 2025

Op basis van het ondersteuningsplan stelt de gemeente de individuele voorziening middels een beschikking beschikbaar aan de betrokkene. Of wijst deze middels een beschikking af. Beslistermijn Het is van belang dat binnen een redelijke termijn een beeld wordt verkregen van de situatie en de eventuele daarop gerichte acties. Het onderzoek dient zo snel mogelijk te worden afgerond, maar in ieder geval binnen de beslistermijn als reeds een aanvraag is ingediend. De beslistermijn is de termijn waarbinnen het college een beschikking moet afgeven op een aanvraag tot jeugdhulp. Een zorgvuldig onderzoek is het uitgangspunt. Dit kan met zich meebrengen dat de beslistermijn moet worden verlengd. Er hoeft niet in alle gevallen een uitgebreid onderzoek te worden uitgevoerd. Dat is afhankelijk van de (complexiteit) van de aanvraag tot jeugdhulp. In spoedeisende gevallen kan het noodzakelijk zijn, ter waarborging van de veiligheid en belangen van de jeugdige, om een uitgebreid onderzoek achterwege te laten. Het college streeft er daarom naar dat de hulpvrager de beslissing op zijn aanvraag binnen 8 weken na de aanvraag of start van een indicatieproces, schriftelijk in een beschikking ontvangt. Als binnen 8 weken nog geen besluit kan worden genomen, dan mag het college de beslistermijn met nog eens maximaal 8 weken ‘eenzijdig’ verlengen. Mits dit binnen de eerste beslistermijn aan de hulpvrager schriftelijk wordt medegedeeld en er wordt gemotiveerd waarom er niet aan de eerdere beslistermijn kon worden voldaan. Als binnen 16 weken geen besluit kan worden genomen, zal op grond van de Awb de hulpvrager gevraagd worden schriftelijk in te stemmen met opschorting van deze termijn. Overschrijding van deze termijn kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door de noodzaak van aanvullend onderzoek of omdat er nog geen overeenstemming is bereikt met de jeugdige of de ouder(s) over de in te zetten ondersteuning. Inhoud In de beschikking wordt in ieder geval vastgelegd wat in artikel 11 van de verordening is benoemd. Duur van de beschikking De duur van de beschikking voor een individuele voorziening voor gespecialiseerde jeugdhulp voor de producten genoemd in artikel 4 van de verordening, is vastgelegd in de regionale inkoopvoorwaarden. Hier zijn ook de afspraken vastgelegd over het verlengen van de beschikking voor deze jeugdhulp. In eerste instantie wordt uitgegaan van hersteltrajecten die kortdurend van aard zijn. Bij verlengingen wordt de noodzaak hiervoor grondig onderzocht. Daarbij moet sprake zijn van effectieve inzet van hulp. Voor andere individuele voorzieningen houden we een termijn aan van maximaal 1 jaar. Indien deze andere individuele voorzieningen afgegeven worden in de vorm van een traject betreft het een te verwachten einddatum en is verlenging van de beschikking mogelijk. Wederom geldt dat alleen een verlenging gegeven kan worden als dat echt noodzakelijk is. Ook hier moet sprake zijn van effectieve inzet van hulp. In afwijking van lid 1 kan de looptijd van een beschikking langer zijn als er sprake is van: dyslexiezorg; een overbrugging naar de start van het schooljaar; een ernstige lichamelijke/psychische beperking waarvoor langdurige ondersteuning nodig is; pleegzorg ‘Perspectief-biedend’, indien is besloten dat een jeugdige niet meer terug naar huis kan en langdurig in het pleeggezin zal verblijven; een ernstige psychosociale beperking, waarbij uit opeenvolgende jaarlijkse evaluaties blijkt dat er langdurige ondersteuning nodig is. Soepele overgang 18+ of verlengde Jeugdwet Het college vindt het van groot belang dat ondersteuning doorloopt op het moment dat een kwetsbare jongere de leeftijdsgrens van 18 jaar bereikt. Een vloeiende overgang van ondersteuning, zonder hinder van eventuele financiële schotten, is daarbij de basis. Een jongere is kwetsbaar als er problemen zijn op (meer dan één van) onderstaande domeinen: geestelijke en lichamelijke gezondheid > Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo); onderwijs of dagbesteding > RMC en leerplicht; financiën (Inkomen en schulden) > Participatiewet en schuldhulpverlening; huisvesting. Aan zorgaanbieders Jeugd zijn daarom de volgende eisen gesteld: Zorg dat bij iedere jeugdige die Jeugdzorg (jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering) ontvangt, vanaf 16,5 jaar een toekomstplan wordt opgesteld. Dit onder regie van de casusregisseur (gecertificeerde instelling/gebiedsteam/zorgaanbieder). Deel het toekomstplan met de verantwoordelijke gemeente als aanvullende ondersteuning van de gemeente nodig is. Het opstellen van het plan gebeurt in samenspraak met de jeugdige en/of de ouder(s) en samen met een eventuele aanbieder die na het 18e levensjaar wordt ingezet. In het plan is expliciet aandacht voor veranderingen in: benodigde ondersteuning en indien van toepassing een zorgvuldige en geleidelijke overdracht naar een andere zorgverlener/behandelaar; huisvesting; financiën; school/werk/dagbesteding. In het plan wordt ook bekeken of ondersteuning die na het 18e levensjaar wordt ingezet gefinancierd kan worden uit de Wmo, Zvw of Wlz. Wmo: begeleiding individueel of groep, kortdurend verblijf en beschermd wonen. Zvw: een psychische stoornis die het functioneren van de jeugdige belemmert is bovenliggend en er zijn geen andere vormen van ondersteuning nodig. Wlz: jeugdige heeft een chronische zorgbehoefte en functioneert op een cognitief niveau onder IQ 70. Als de zorgbehoefte van een 18-jarige jeugdige niet onder een van bovenstaande wetten valt, dan kan de verlengde Jeugdwet worden ingezet. Daarvoor moet in elk geval worden voldaan aan de volgende voorwaarden: Jeugdige krijgt jeugdhulp en voortzetting van deze hulp na 18 jaar is noodzakelijk. Vóórdat jeugdige 18 jaar is, is bepaald dat jeugdhulp na het 18e noodzakelijk is. Daarnaast valt alle jeugdhulp die verleend wordt in het kader van een strafrechtelijke beslissing of jeugdreclassering onder de Jeugdwet. Dit geldt ook als de jeugdige ouder is dan 18 jaar of als de hulp ook door een andere wet kan worden gefinancierd.

Rechtspraak bij dit artikel