Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 3.7

Toegang niet via gemeente

Onderdeel van Beleidsregels Hart voor de Jeugd gemeente Ooststellingwerf 2025

Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts De Jeugdwet regelt ook dat de jeugdhulp toegankelijk is na een verwijzing door de huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist. Onder deze noemer valt bijvoorbeeld ook de POH-Jeugd. Na een dergelijke verwijzing staat nog niet vast welke specifieke behandelvorm van jeugdhulp een jeugdige of zijn ouder precies nodig heeft. Een jeugdige kan op dat moment terecht bij de jeugdhulpaanbieders die de gemeente heeft ingekocht. In de praktijk zal het de jeugdhulpaanbieder zelf zijn die op basis van zijn professionele autonomie na de verwijzing beoordeelt welke voorziening precies nodig is, hoe vaak iemand moet komen en hoe lang. Bij deze beoordeling moet de jeugdhulpaanbieder zich houden aan de afspraken die hij daarover met de gemeente heeft gemaakt in het kader van de contract- of subsidierelatie. Deze afspraken zien toe op hoe de gemeente haar regierol kan waarmaken en op de omvang van het pakket. Deze afspraken gaan ook in op hoe de artsen en de gemeentelijke toegang goed van elkaar op de hoogte zijn van de doorverwijzing of behandeling van een kind. Dit om de integrale benadering rond het kind en het principe van 1 gezin – 1 plan – 1 contactpersoon, vooral bij multiproblematiek, te waarborgen en om te voorkomen dat er nieuwe ‘verkokering’ plaats vindt, waarbij professionals niet goed van elkaar weten dat zij bij het gezin betrokken zijn. Daarnaast moet de jeugdhulpaanbieder rekening houden met de regels die de gemeente bij verordening heeft gesteld. Deze verordening regelt welk aanbod van de gemeente alleen via verwijzing of met een besluit van de gemeente toegankelijk is (zie artikel 4 van de verordening). Omdat de gemeente verder geen nadrukkelijke rol speelt bij de toegang via de huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist, regelt de gemeente alleen de aspecten met betrekking tot het proces (zie artikel 5 van de verordening). Toegang via de gecertificeerde instelling, de kinderrechter, het openbaar ministerie en de directeur of de selectiefunctionaris van de justitiële jeugdinrichting Een andere ingang tot de jeugdhulp is via de gecertificeerde instelling, de kinderrechter (via een kinderbeschermingsmaatregel of een maatregel tot jeugdreclassering), het openbaar ministerie en de directeur of de selectiefunctionaris van de justitiële jeugdinrichting. De gecertificeerde instelling is verplicht om bij de bepaling van de in te zetten jeugdhulp in het kader van een door de rechter opgelegde kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering te overleggen met de gemeente. Uiteraard kan bij dit overleg een kostenafweging plaatsvinden. De gemeente is op haar beurt vervolgens gehouden de jeugdhulp in te zetten die deze partijen nodig vinden om een kinderbeschermingsmaatregel of een maatregel tot jeugdreclassering uit te voeren. Ook hier geldt dat de gecertificeerde instelling in beginsel gebonden is aan de jeugdhulp die de gemeente heeft ingekocht. Als de kinderrechter een ondertoezichtstelling of gezagsbeëindiging uitspreekt, wijst hij gelijktijdig in de beschikking de gecertificeerde instelling aan die de maatregel gaat uitvoeren. Dit kan de rechter doen omdat de raad voor de kinderbescherming in zijn verzoekschrift een concreet advies geeft over welke gecertificeerde instelling de maatregel zou moeten uitvoeren. De raad voor de kinderbescherming neemt een gecertificeerde instelling in zijn verzoekschrift op die na overleg met de gemeente en gezien de concrete omstandigheden van het geval hiervoor het meest geschikt lijkt. De raad voor de kinderbescherming is verplicht om hierover met de gemeente te overleggen. Deze toegang wordt al in de Jeugdwet zelf geregeld en komt verder dus niet terug in de verordening. Toegang via Veilig Thuis Friesland (advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling) Veilig Thuis Friesland vormt ook een toegang tot onder andere jeugdhulp. Veilig Thuis Friesland geeft advies over vermoedens en gevallen van huiselijk geweld en kindermishandeling, onderzoekt wanneer nodig op basis van een melding of er sprake is van kindermishandeling, motiveert zo nodig de ouder(s) tot accepteren van jeugdhulp en legt daartoe contacten met de hulpverlening. Inzet van jeugdhulp wordt indien van toepassing geregeld in overleg met het gebiedsteam. Deze toegang wordt al in de Jeugdwet/Wmo zelf geregeld en komt verder dus niet terug in de verordening. Toegang Dyslexie via scholen De ouder(s), scholen en gemeenten zijn er samen verantwoordelijk voor dat jeugdigen goed leren lezen en spellen. Als een jeugdige moeite heeft met leren lezen en spellen dan is het in de eerste plaats de taak van de basisschool om extra ondersteuning in te zetten. De basisschool zet vervolgens zelf in op effectief leesonderwijs, om doorverwijzing van de jeugdige naar een dyslexiehulpaanbieder te voorkomen. Alleen als dat onvoldoende resultaat oplevert en de basisschool heeft een vermoeden van Ernstige Dyslexie dan kan de basisschool de jeugdige (direct) doorverwijzen voor een onderzoek (diagnostiek) bij een dyslexiehulpaanbieder. De jeugdige en de ouder(s) mogen dan aangeven welke dyslexiehulpaanbieder hun voorkeur heeft. De dyslexiehulpaanbieder beoordeelt vervolgens of op basis van ‘het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling 3.0’ sprake is van Ernstige Dyslexie bij de jeugdige. Alleen als sprake is van Ernstige Dyslexie kan volgens het protocol een behandeling hiervoor worden gestart. Wanneer er geen sprake is van Ernstige Dyslexie, kan volgens het protocol geen behandeling starten. De extra ondersteuning die de jeugdige wel nodig heeft, wordt dan geboden door de school. Zie ook de informatie en infographic over Ernstige Dyslexie op de website van Sociaal Domein Friesland (https://www.sdfryslan.nl). Diagnostiek en behandeling van Ernstige Dyslexie is beschikbaar voor jeugdigen op de basisschool. Het onderzoek naar Ernstige Dyslexie mag alleen worden uitgevoerd door ervaren jeugdhulpprofessionals. Zij doen onderzoek op basis van het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling 3.0. Alleen op basis van de criteria uit dit protocol kan de diagnose Ernstige Dyslexie worden vastgesteld. Tijdens het onderzoek wordt ook gekeken of er andere factoren een rol kunnen spelen bij de achterstand bij lezen en spellen. De gemeente betaalt de diagnostiek en eventuele behandeling bij Ernstige Dyslexie. Inhoudelijk is de gemeente niet betrokken bij de diagnostiek of bij de behandeling.

Rechtspraak bij dit artikel