1.. De houder van een gehandicaptenparkeerkaart is vrijgesteld van betaling van de parkeerbelasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder a, als:

  • - houder de gehandicaptenparkeerkaart heeft aangemeld in het digitaal parkeerrecht GPK-systeem. De aanmelding in het digitaal parkeerrecht GPK-systeem gebeurt op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door burgemeester en wethouders gestelde voorschriften. Het tonen van de papieren gehandicaptenparkeerkaart geeft geen recht op vrijstelling van betaling;
  • - houder staat geparkeerd op een algemene gehandicaptenparkeerplaats aangewezen met verkeersbord E06 van het RVV 1990. Het duidelijk zichtbaar aanbrengen van de papieren gehandicaptenparkeerkaart op het voertuig conform de geldende regelgeving is verplicht om van deze vrijstelling gebruik te maken.

2.. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor de uitgifte van een digitaal parkeerrecht GPK-systeem als bedoeld onder lid 1 onder a en voor het in werking stellen van de parkeerapparatuur.

3.. In afwijking van lid 1 kunnen burgemeester en wethouders voor een periode bepalen dat houder(s) van een gehandicaptenparkeerkaart zijn vrijgesteld van betaling van parkeerbelasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a. De gehandicaptenparkeerkaart wordt in dat geval aangemerkt als vergunning, als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder b. Over dit type vergunning wordt geen belasting geheven.