1.. Bruto investeringen tot € 100.000,= worden niet geactiveerd.

2.. Materiële vaste activa worden lineair afgeschreven in de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening.

3.. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.

4.. Een saldo voor (dis)agio wordt lineair afgeschreven waarbij de afschrijvingstermijn gelijk is aan de looptijd van de geldlening waarop deze betrekking heeft.

5.. De afschrijving start in het jaar volgend op het jaar van ingebruikname of verwering van het actief.

6.. Rentetoerekening aan de exploitatie op lopende investeringen wordt toegerekend op basis van de boekwaarde op 1 januari van het jaar.

7.. In de vervaardigingsprijs wordt in principe rekening gehouden met interne uren inclusief een opslag voor overhead. Rente wordt niet gerekend tot de vervaardigingsprijs.

8.. Bij het activeren en afschrijven wordt geen rekening gehouden met een restwaarde aan het eind van de verwachte levensduur.

9.. Kosten van onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief worden niet geactiveerd en komen ten laste van de exploitatie.

10.. Het college toetst elke zes jaar het bestaan van alle materiële vaste activa