1. Degene die een lijk wil doen begraven of een asbus wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, of zijn gemachtigde, geeft daarvan uiterlijk op de ochtend van de werkdag voorafgaande aan de dag waarop de begraving of bijzetting zal plaatsvinden, kennis aan de beheerder door middel van het daarvoor door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen formulier. Daarbij wordt aangegeven ten aanzien van welke van de in artikel 7 en 8 bedoelde soorten graven en urnenruimten men een grafrecht wil vestigen, onder gelijktijdige voldoening van de daarvoor verschuldigde rechten.
2. Indien de burgemeester verlof heeft verleend om een lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.
3. Bij de in het eerste lid bedoelde kennisgeving dient het verlof tot begraving van de ambtenaar van de burgerlijke stand of een ander wettelijk daarmee gelijkgesteld document te worden overgelegd.
4. Indien een lijk binnen 36 uur na het overlijden wordt begraven dient behalve het in het derde lid bedoelde verlof of document ook het in het tweede lid bedoelde verlof van de burgemeester te worden overgelegd.
Paragraaf 4
Artikel 10
Artikel 10
Onderdeel van Verordening op de gemeentelijke begraafplaatsen van de gemeente Terschelling 2004