1. Indien de begraving van een lijk of de bijzetting van een asbus in een bestaand eigen graf of urnengraf plaats vindt, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd. De machtiging moet zijn ondertekend door de rechthebbende of, indien deze de overledene is, door degene die in de uitvaart voorziet.
2. Indien de bijzetting van een asbus in een bestaande urnennis plaats vindt, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd. De machtiging moet zijn ondertekend door de gebruiker of, indien deze de overledene is, door degene die in de uitvaart voorziet.
3. Begraving of bijzetting in een eigen graf, urnengraf of urnennis waarvan de uitgiftetermijn binnen 10 jaar afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn tot 10 jaar na deze begraving of bijzetting.
4. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.
Paragraaf 4
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Verordening op de gemeentelijke begraafplaatsen van de gemeente Terschelling 2004