1. Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij
a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement
te herinneren;
b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker
zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.
2. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen
veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere
spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort,
wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende
spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de
vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het
woord ontzeggen.
3. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door
hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw
wordt verstoord - de vergadering sluiten.
Artikel 20
Handhaving orde; schorsing
Onderdeel van Verordening, regelende de orde voor de vergaderingen van de raadscommissie