Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 22

Eigen bijdrage

Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Renswoude 2025

1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura of een pgb, zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2. In afwijking van het eerste lid, betaalt de cliënt geen eigen bijdrage voor de volgende voorzieningen: a. rolstoelen; b. maatwerkvoorzieningen voor jeugdigen tot 18 jaar, met uitzondering van woningaanpassingen; c. huishoudelijke ondersteuning in het hospice; d. sportvoorzieningen; e. woningaanpassing in gemeenschappelijke ruimten; f. financiële tegemoetkomingen als maatwerkvoorziening, zoals de verhuisvergoeding. 3. De eigen bijdrage overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura is gelijk aan de kosten die het college voor de desbetreffende maatwerkvoorziening zelf maakt. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 4. De hoogte van de bijdrage voor een of meerdere voorzieningen samen bedraagt het landelijk vastgestelde tarief per maand, tenzij overeenkomstig de wet (Wmo 2015) of deze verordening geen bijdrage is verschuldigd. 5. Als een eigen bijdrage van toepassing is, wordt deze door het CAK geïnd. 6. Voor het reizen met de Valleihopper met een kortingspas betaalt de cliënt een bijdrage. De cliënt betaalt: a. een tarief per rit. Het college stelt in de nadere regels de hoogte van dit tarief vast. Dit bedraagt maximaal het tarief, zoals dit geldt voor het reizen met het regulier openbaar vervoer; b. aanschafkosten voor de kortingspas. Deze kosten zijn vergelijkbaar met de aanschafkosten van een OV-chipkaart. Het college stelt in de nadere regels de hoogte van de aanschafkosten vast; c. geen landelijk vastgesteld tarief per maand, in afwijking van lid 2, lid 4 en de wet (Wmo 2015, artikel 2.1.4a vierde lid). 7. Als een maatwerkvoorziening of pgb wordt verstrekt voor een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is de bijdrage in de kosten verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, of degene die het gezag uitoefent over een cliënt. 8. Het college kan nadere regels stellen over de invulling van dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel