Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 23

Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s

Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning Renswoude 2025

1. Het college informeert cliënten of hun vertegenwoordiger op een begrijpelijke manier over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2. De cliënt stelt het college op de hoogte van alle feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing over een maatwerkvoorziening. 3. Het college kan een beslissing herzien of intrekken, als het college vaststelt dat: a. de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening is aangewezen; c. de cliënt is verhuisd naar een andere gemeente, is overleden of er andere wijzigingen in de noodzaak voor de maatwerkvoorziening hebben plaatsgevonden; d. de maatwerkvoorziening niet meer toereikend is te achten; e. de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening verbonden voorwaarden; f. de cliënt de maatwerkvoorziening niet of voor een ander doel gebruikt. 4. Als het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. 5. Het college kan toezicht uitoefenen op een zorgvuldig en doelmatig gebruik van een hulpmiddel of woningaanpassing. De cliënt geeft met het ondertekenen van een gebruikersovereenkomst toestemming om, zo nodig, deze inspectie bij de cliënt aan huis te laten plaatsvinden. 6. Als het college bij het toezicht op grond van lid 5 constateert dat er onzorgvuldig omgegaan wordt met de voorziening en hierdoor schade is ontstaan, kunnen eventuele reparatiekosten in rekening gebracht worden bij de cliënt of kan de maatwerkvoorziening ingenomen worden. 7. Als het recht op een in eigendom of in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd. 8. Het college kan in de uitoefening van zijn centrale rol gehouden zijn om een voorziening te treffen waarvoor een derde voor de kosten aansprakelijk kan zijn. Het college neemt regres op die aansprakelijke derde op grond van de wet (Wmo 2015, artikel 2.4.3). 9. Het college kan nadere regels stellen over de invulling van dit artikel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel