Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.3

Keuze grondbeleid: dynamisch grondbeleid

Onderdeel van Nota Grondbeleid

Zoals eerder beschreven staat de gemeente Neder-Betuwe voor grote opgaven waarvoor in de fysieke leefomgeving ruimte moet worden gecreëerd. Denk hierbij aan de opgave om het woningtekort terug te dringen en te zorgen voor voldoende en passende woonruimte voor alle doelgroepen. De Regionale Woondeal 2022-2030 bevat een kwantitatief woningbouwprogramma waarin staat dat de gemeente Neder-Betuwe in deze periode tussen de 950 en 1.400 woningen moet bouwen. Met het oog op deze en andere opgaven kiest de gemeente Neder-Betuwe ervoor om een dynamisch grondbeleid te blijven voeren. Dynamisch betekent dat niet wordt gekozen voor één vorm van grondbeleid. Niet elk bouwinitiatief in de gemeente Neder-Betuwe vraagt om hetzelfde grondbeleid. Wat in de ene ruimtelijke ontwikkeling werkt, werkt niet in de andere en vice versa. De gemeente maakt per ontwikkeling de afweging tussen een actief grondbeleid, faciliterend grondbeleid of een tussenvorm. Door te kiezen voor een dynamisch grondbeleid ontstaat flexibiliteit. Ook biedt dit meer kansen om in te spelen op marktontwikkelingen. De gemeente kiest per locatie een specifieke strategie van het grondbeleid op basis van de onderstaande afwegingskaders. Verschillende factoren bepalen de gemeentelijke strategie binnen het project: Het belang van de ontwikkeling: wanneer een ontwikkeling bijdraagt aan ruimtelijke- en gemeentelijke beleidsdoelstellingen en deze niet wordt opgepakt door de markt, dan kan de gemeente actief grondbeleid voeren . Dit geldt temeer bij maatschappelijk urgente ontwikkelingen. De grondeigendomssituatie: de reeds ingenomen gemeentelijke grondposities worden waar mogelijk ingezet om de regie van de gemeente te versterken. Bij deze ruimtelijke ontwikkelingen blijft het voeren van actief grondbeleid door de gemeente mogelijk. De financiële kansen en risico’s: als alle gemeentelijke kosten verhaald kunnen worden met behulp van anterieure overeenkomsten, zal faciliterend grondbeleid het uitgangspunt zijn. Actief grondbeleid blijft mogelijk wanneer er sprake is van een duidelijk positief grondexploitatieresultaat, een laag risicoprofiel en voldoende weerstandsvermogen. De vermogenspositie: indien de gemeentelijke weerstandscapaciteit onvoldoende is (weerstandsratio lager dan 1), dan worden geen gronden verworven in het kader van actief grondbeleid. Ook mag het gemeentelijke weerstandsvermogen als gevolg van de verwerving niet dalen tot onder dit niveau. Het volgende stroomschema dient als handvat voor de keuze van het gemeentelijk grondbeleid:

Rechtspraak bij dit artikel