Wanneer de gemeente een bepaalde ruimtelijke ambitie wil realiseren, dan kan het nodig zijn om onroerende zaken te verwerven. Aan iedere verwerving moet een taxatierapport ten grondslag liggen. Ook moet voorafgaand aan iedere verwerving een bodemonderzoek uitgevoerd worden. De resultaten van het onderzoek maken onderdeel uit van de onderhandelingen. Bij verwerving van onroerende zaken is minnelijke verwerving het uitgangspunt. Mocht het verwerven van onroerende zaken op minnelijke wijze niet lukken, en is het nut en de noodzaak van de verwerving groot, dan kunnen ook andere instrumenten worden ingezet zoals een gemeentelijk voorkeursrecht en als ultimum remedium de onteigening. Voor de volledigheid komen strategische verwerving, interne levering en kavelruil ook aan bod.
Minnelijke verwerving
Bij verwerving van onroerende zaken is minnelijke verwerving het uitgangspunt. Bij minnelijke (ongedwongen) grondwerving gaan de gemeente en de eigenaar in onderhandeling over de aankoop van een onroerende zaak, op basis van een onafhankelijke taxatie van de marktwaarde. Het bereiken van overeenstemming over de prijs en voorwaarden van verkoop gebeurt op vrijwillige basis. Minnelijke verwerving is een collegebevoegdheid. Het beschikbaar stellen van middelen voor de aankoop is een raadsbevoegdheid.
Strategische verwerving
Onder strategische verwerving wordt de verwerving van onroerende zaken verstaan, die plaatsvindt voordat het initiatief tot een ruimtelijke ontwikkeling is genomen. Verwacht wordt dat de onroerende zaken in de toekomst substantiële voordelen voor de gemeente kunnen opleveren. Bijvoorbeeld omdat de gronden van cruciaal belang zijn om een voorgenomen ontwikkeling in de toekomst te realiseren of om ongewenste ontwikkelingen op die gronden te voorkomen. Ook kan de gemeente ervoor kiezen om een onroerende zaak te verwerven die ingezet kan worden als ruilobject voor (toekomstige) ontwikkelingen.
Om slagvaardig te kunnen werken is het van belang dat het besluitvormingsproces van een strategische aankoop niet te lang duurt. Een kans doet zich soms onverwacht voor en vraagt om snelle acties. Om die reden wordt onderzocht of het college tot een bepaald bedrag en onder bepaalde voorwaarden een mandaat kan krijgen voor strategische aankopen. Dit zal worden geregeld via het mandaatbesluit van de gemeente Neder-Betuwe.
Interne levering
Interne leveringen kunnen beschouwd worden als de interne verwerving van onroerende zaken ten behoeve van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Door gemeentelijke onroerende zaken vroegtijdig in de planvorming te betrekken, kunnen mogelijke kansen worden benut en risico’s worden beperkt of vermeden. Gemeentelijke onroerende zaken die hun bestemming verliezen en ingezet kunnen worden bij de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente worden voorafgaand aan deze ontwikkeling intern tegen de dan geldende boekwaarde, of indien de marktwaarde lager ligt tegen de dan geldende marktwaarde, overgedragen aan Team Grondzaken en opgenomen als verwervingswaarde in de grondexploitatie of boekwaarde voor een (strategische) positie. Het verkoop- en ontwikkelingsresultaat (positief of negatief) van de onroerende zaak (veelal een gebouw) wordt door Team Grondzaken toegevoegd of onttrokken aan de Algemene Reserve.
Het vestigen van een voorkeursrecht
De Omgevingswet biedt gemeenten de mogelijkheid om een voorkeursrecht op onroerende zaken te vestigen. Eigenaren van onroerende zaken waarop het voorkeursrecht is gevestigd zijn – op enkele uitzonderingen na – in geval van voorgenomen verkoop verplicht hun onroerende zaken eerst aan de gemeente te koop aan te bieden. Dit publiekrechtelijk instrument is bedoeld om regie te houden over de ruimtelijke ontwikkelingen en om strategische doelstellingen in het betreffende gebied te bereiken. Het vestigen van een voorkeursrecht is een raadsbevoegdheid. Voorafgaand aan het moment waarop de raad een voorkeursrecht vestigt, kan ook het college een kortdurend voorlopig voorkeursrecht vestigen, zoals beschreven in artikel 9.1 lid 2 van de Omgevingswet. Indien niet binnen drie maanden na het collegebesluit een raadsbesluit wordt genomen, vervalt dit voorkeursrecht.
Omdat de toepassing van dit instrument zorgt voor een inbreuk op het eigendomsrecht, wordt het uiterst zorgvuldig toegepast. Waar het toegepast wordt, staat een juiste communicatie naar alle betrokkenen voorop.
Onteigening
Onteigening is een zwaar instrument en wordt daarom gezien als ultimum remedium om het ruimtelijk beleid (tijdig) te kunnen realiseren. De gemeente moet eerst trachten de onroerende zaak minnelijk te verwerven. Mocht een minnelijke verwerving niet (tijdig) lukken, dan staat het publiekrechtelijke grondbeleidsinstrument onteigening ter beschikking. De onteigeningsprocedure verloopt volgens strikte wettelijke regels en biedt de eigenaar recht op een volledige schadeloosstelling.
Om te onteigenen moet de raad een onteigeningsbeschikking nemen. De onteigeningsbeschikking wordt vervolgens ter bekrachtiging voorgelegd aan de bestuursrechter. Daarnaast wordt een procedure gestart bij de rechtbank om de schadeloosstelling vast te stellen. Onteigening is mogelijk op basis van een omgevingsplan, als dat plan voorziet in een nieuwe functie voor de gronden, met uitsluiting van het bestaande gebruik. Bij de onteigeningbeschikking moeten het onteigeningsbelang, de urgentie en de noodzaak worden aangetoond.
Kavelruil
Kavelruil is een vorm van gebiedsinrichting waarbij minimaal drie partijen op vrijwillige basis hun onroerende zaken ruilen. In een kavelruilovereenkomst leggen de partijen de nieuwe verdeling van onroerende zaken vast. Dit instrument kan bijvoorbeeld uitkomst bieden in gevallen waarbij een bepaalde ontwikkeling niet van de grond komt door versnippering van eigendomsposities. Door inwerkingtreding van de Omgevingswet is de werkingssfeer van de regeling voor kavelruil niet langer beperkt tot het landelijk gebied. Ook kavelruil in het stedelijk gebied is mogelijk gemaakt.