We spreken van een laag inkomen als iemand gedurende een langere tijd niet de middelen heeft om te kunnen beschikken over de goederen en voorzieningen die in de samenleving als minimaal noodzakelijk gelden. Je kunt hierbij onderscheid maken tussen noodzakelijke kosten zoals voedsel, ziektekosten, huur en kleding en kosten om actief deel te nemen aan de samenleving zoals het ontvangen van bezoek en bijvoorbeeld de contributie van een vereniging 2 De vermogensgrens is € 15.150 voor paren, een gezin of alleenstaande ouder. De vermogensgrens is € 7.575 voor een alleenstaande zonder kinderen..
Gemeente
Inkomen
Aantal
huishoudens
Aantal
kinderen
Bergeijk
tot 100% wsm
265
168
tot 110% wsm
350
210
tot 120% wsm
430
251
tot 130% wsm
520
290
Overig
7.676
3.030
Totaal
8.196
3.320
Bladel
tot 100% wsm
330
185
tot 110% wsm
390
215
tot 120% wsm
490
261
tot 130% wsm
614
303
Overig
8.432
3.521
Totaal
9.046
3.824
Eersel
tot 100% wsm
260
148
tot 110% wsm
355
193
tot 120% wsm
450
229
tot 130% wsm
560
285
Overig
7.876
3.414
Totaal
8.436
3.699
Reusel-De Mierden
tot 100% wsm
180
104
tot 110% wsm
219
125
tot 120% wsm
270
148
tot 130% wsm
330
173
overig
5.413
2.522
totaal
5.742
2.695
Wat valt op?
Naar schatting moet tussen de 3,1 en 3,6% van alle huishoudens in de Kempen rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau (=100% wettelijk sociaal minimum (verder wsm)). Het gemiddelde percentage huishoudens met een dergelijk inkomen ligt landelijk tussen de 5 en 6%.
Daarnaast heeft naar schatting 4,7 tot 5,5% van de huishoudens in de Kempen een inkomen tot 120% wsm. In andere, vergelijkbare, gemeenten ligt dit percentage tussen de 7 en 8%.
Alle 4 de gemeenten hebben een lager aandeel minimahuishoudens ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. Verder valt op dat het aandeel huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet (een bijstandsuitkering) in de Kempen aanzienlijk lager ligt dan in vergelijkbare gemeenten (Kempen: 22-29%, vergelijkbare gemeenten: 45-50%). Het aandeel huishoudens met een AOW-uitkering ligt in de Kempen juist hoger dan gemiddeld (Kempen: 37-44%; vergelijkbare gemeenten: 25-30%).
Naar huishoudtype vormt ongeveer de helft van de minimahuishoudens een alleenstaand huishouden. Circa 40% bestaat uit paren, waarvan de helft met kinderen en de helft zonder kinderen. Een tiende van de huishoudens vormt een eenoudergezin.
Het aandeel kinderen dat opgroeit in een huishouden met een inkomen tot 130% wsm ligt iets onder of in lijn met het gemiddelde in vergelijkbare gemeenten.