Het hebben van financiële problemen kent vaak meer gevolgen dan alleen het niet meer kunnen betalen van de rekeningen. Zo lopen mensen het risico om sociaal geïsoleerd te raken doordat ze bijvoorbeeld over onvoldoende middelen beschikken om activiteiten te ondernemen. Dit kan tot schaamte leiden. Daarnaast hebben financiële problemen een negatief effect op je lichamelijke en geestelijke gezondheid. Steeds meer onderzoeken tonen aan dat geldzorgen stress veroorzaken. Langdurige stress leidt tot ineffectief gedrag zoals impulsiviteit en moeite met plannen en organiseren. Deze factoren maken het moeilijker om goed te funcioneren en goede beslissingen voor de lange termijn te nemen. Dit kan ervoor zorgen dat financiële problemen in stand blijven en kan daarnaast een negatieve invloed hebben op andere leefgebieden.
In de Nationale Monitor Geldzorgen is een vergelijking gemaakt tussen mensen mét en zonder financiële stress5 https://www.wijzeringeldzaken.nl/Nationale-Monitor-Geldzorgen/. Onderstaande tabel is uit dit onderzoek overgenomen.
Mensen zonder financiële stress
Van deze doelgroep heeft
Mensen met financiële stress
Van deze doelgroep heeft
1% laag mentaal welzijn
10% laag mentaal welzijn
4% weinig zelfvertrouwen
27% weinig zelfvertrouwen
5% weinig sociale steun
29% weinig sociale steun
Niet alleen de maatschappelijke kosten, maar ook het persoonlijk leed is hoog. Naast de middelen die uitgegeven worden aan voorzieningen vanuit het minimabeleid en trajecten in de schuldhulpverlening, zorgt armoede voor hogere zorgkosten, minder arbeidsparticipatie, meer onderwijsuitval, een hogere uitkeringsafhankelijkheid en een groter gebruik van ondersteuning op andere leefgebieden (denk daarbij aan huisvesting, mentale en fysieke gezondheid en sociale relaties).
Onderzoeken tonen aan dat kinderen die opgroeien in armoede:
- - Vaak minder gezond opgroeien;
- - Door de stress (die ook zij door de situatie ervaren) minder goed presteren op school;
- - Niet dezelfde kansen krijgen om zich maximaal te ontplooien als leeftijdsgenootjes die niet in armoede opgroeien;
- - Zelf een grotere kans hebben om later ook in armoede te leven (dit noemen we intergenerationele armoede).