**1..** Het is een inrichting toegestaan op maximaal drie dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 5:3, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.
**2..** Het college kan afwijken van het onder het eerste lid gestelde en middels vergunning toestaan dat voor jeugdcentra maximaal twaalf festiviteiten per kalenderjaar worden toegestaan waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 5:3, niet van toepassing zijn.
**3..** Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal drie dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college.
**4..** Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding.
**5..** De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.
**6..** De melding wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat.
**7..** Op de dagen als bedoeld in het eerste lid is, voor wat betreft het ten gehore brengen van muziek, hoger dan de geluidsnormen als bedoeld in artikelen 2.17, 2.17a, 2.19,2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 5:3, het bepaalde van artikel 5:1, zesde en zevende lid van overeenkomstige toepassing.
**8..** De geluidsnorm, bedoeld in artikel 5:1, zesde lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte.