1.. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens het bepaalde in hoofdstuk 6 zijn belast, naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door het college met zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld.

2.. Met het toezicht op de naleving van de bepalingen bij of krachtens het bepaalde in hoofdstuk 3 zijn belast de bij besluit van het college aan te wijzen personen of groep van personen.

3.. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens het bepaalde in hoofdstuk 2, 4, 5 en 7 zijn belast de bij besluit van het college aangewezen personen en de in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren.

4.. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn tevens belast de toezichthouders van N.V. PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland (PWN) en de buitengewoon opsporingsambtenaar domein II van Staatsbosbeheer voor de artikelen 2:17, 2:20 en 4:8.

5.. Het college kan daarnaast andere personen met het toezicht als bedoeld in het derde en vierde lid belasten.