• - Het college subsidieert per uur per gecontracteerde peuterplaats. Voor de in artikel 3 lid 1 genoemde doelgroepen gelden de volgende maximale subsidiebedragen:
  • - voor de in artikel 3 lid 1 sub a en b genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplaats per jaar: uren per week * aantal weken * normtarief minus de geldende, berekende inkomensafhankelijke ouderbijdrage conform artikel 5 lid 3;
  • - voor de in artikel 3 lid 1 sub c genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplaats per jaar: uren per week * aantal weken * het fiscaal uurtarief minus een inkomensafhankelijke ouderbijdrage volgens de VNG Adviestabel ouderbijdrage peuteropvang tot aan het fiscaal maximum;
  • - Het normtarief voor ve dekt de kosten voor: het voldoen aan alle wettelijke eisen (inclusief de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker /coach ve), de uitvoering van ve-activiteiten, materialen, coördinatie en managementuren, taakuren voor overdracht, signalering en oudergesprekken, scholing en professionalisering, huisvesting.
  • - Het college stelt jaarlijks de normtarieven vast. Het college behoudt zich het recht om bij de vaststelling van de subsidiebedragen af te wijken van het door het Rijk opgegeven fiscaal uurtarief.
  • - Het normtarief voor ve wordt jaarlijks na vaststelling door het college aan de kinderopvangorganisaties bekend gemaakt.