**17.1.** Uitgangspunt is dat de motivatie bij de aanvraag om omgevingsvergunning ingaat op de afwijkende activiteiten die beoogd worden en de directe gevolgen daarvan voor de fysieke leefomgeving, waarbij het college voor de gevallen zoals opgenomen in Hoofdstuk 3 ervan uitgaat dat:
er in principe geen (onaanvaardbare) negatieve gevolgen voor de fysieke leefomgeving zijn, en
er sprake is en blijft van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
**17.2.** De motivatie van een “kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit”, zoals bedoeld in Artikel 16 bevat tenminste:
plattegrondtekeningen op schaal van de situatie voor én de situatie na realisatie van de omgevingsvergunning met op beide plattegrondtekeningen aangegeven:
de maatvoering van bouwwerken, bouwperceel, afstanden tot relevante bebouwing en functies in de omgeving;
de (gebruiks)functies en eventueel te nemen (fysieke) maatregelen binnen het bouwperceel, en
de relevante functies en het gebruik in de omgeving van het bouwperceel.
Een beschrijving van in ieder geval de volgende zaken:
de activiteiten die afwijken van de regels van het omgevingsplan en aangevraagd worden;
andere activiteiten die in de aanvraag zijn opgenomen, maar wel (met een toestemming) passen binnen het omgevingsplan, en
de gevolgen van de beoogde activiteiten voor de fysieke leefomgeving op hoofdlijnen.
Een verantwoording van de aan verandering onderhevige aspecten in de fysieke leefomgeving, als gevolg van de aanvraag om omgevingsvergunning, zoals bedoeld in Artikel 4, op basis van:
het geldende gemeentelijke beleid voor de fysieke leefomgeving, en
waarom er voor die aan een verandering onderhevige aspecten van de fysieke leefomgeving, als gevolg van de aanvraag om omgevingsvergunning, sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
**17.3.** Indien sprake is van meerdere (binnenplanse en buitenplanse) omgevingsplanactiviteiten in één aanvraag om omgevingsvergunning, dan moet in de motivatie ook een verantwoording worden opgenomen over de totale (cumulatie van) effecten op de leefomgeving voor en na realisatie van de omgevingsvergunning.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1
Artikel 17.
Inhoud van de motivatie bij een “kleine Bopa”
Onderdeel van Beleidsregel kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteiten gemeente Goirle