Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2

Artikel 18.

Beoordeling van de motivatie bij een “kleine Bopa”

Onderdeel van Beleidsregel kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteiten gemeente Goirle

18.1. Gezien de aangewezen gevallen in Artikel 7, in samenhang met Artikel 8 tot en met Artikel 15, gaat het college uit van niet significante effecten op de fysieke leefomgeving als gevolg van de afwijkende buitenplanse omgevingsplanactiviteit(en). 18.2. Op basis van deze niet significante impact op de fysieke leefomgeving beoordeelt het college de aangewezen gevallen in Artikel 7, in samenhang met Artikel 8 tot en met Artikel 15, als algemeen aanvaardbare activiteiten, waarvoor de motivatie van deze activiteiten beperkt kan blijven tot die aspecten van de fysieke leefomgeving die ook daadwerkelijk significant aan verandering onderhevig zijn als gevolg van de aanvraag. 18.3. Het college beperkt zich daarom tot een beoordeling van de motivatie op hoofdlijnen. Er wordt in beperkte mate getoetst aan de volledigheid en correctheid van de aangeleverde motivatie en alleen op die aspecten van de fysieke leefomgeving waarvoor er als gevolg van de aangevraagde activiteit(en) daadwerkelijk significante effecten zijn. 18.4. Het college streeft ernaar om het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning te nemen op grond van de aangeleverde motivatie voor de aangevraagde afwijkende activiteit(en). 18.5. Het is en blijft de verantwoordelijkheid van de aanvrager om te zorgen voor de volledigheid van de motivatie. Alleen daar waar het noodzakelijk is om een besluit te kunnen nemen, worden door het college in voorkomend geval aanvullende stukken voor de motivatie van de afwijkende buitenplanse omgevingsplanactiviteit(en) opgevraagd bij de aanvrager.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel