De wijze van toewijzing waarbij in het verleden de langst wachtende de oudste rechten heeft, doet geen recht aan het gegeven dat de gemeente het wonen in familieverband moet faciliteren. Daarnaast is de huisvestingsvraag van de één veel urgenter dan de ander. De situatie van volwassen kinderen die na hun 30e nog bij hun ouders wonen beoordelen we anders dan de situatie van een standplaatszoekende die in een woning woont en nog nooit eerder op een standplaats heeft gewoond.
In het Regionaal handelingsperspectief woonwagen- en standplaatsenbeleid zijn spel- en toewijzingsregels vastgesteld die recht doen aan het wonen in familieverband, het wonen in een woonwagen en waarbij mensen uit de regio Hart van Brabant voorrang hebben op mensen uit de rest van Nederland. Afgesproken is dat er in alle gemeenten dezelfde spel- en toewijzingsregels gelden.
De spelregels zijn:
Standplaatszoekende toont aan dat hij/zij een woonwagenbewoner is via het afstammingsbeginsel.
Een standplaatszoekende die met een financiële vergoeding (niet wettelijke verhuiskostenvergoeding) is vertrokken, komt eerste 10 jaar niet meer in aanmerking voor toekenning van standplaats.
Door ongeoorloofd gedrag van standplaats verwijderd: 2 jaar lang niet in aanmerking voor toekenning.
Volwassen inwonend kind mag nog minimaal 2 jaar blijven wonen als medebewoners overleden zijn.
Inschrijver krijgt geen informatie over rangorde.
Bij gelijk aantal punten bepaalt loting de plaats
Ruilen mag alleen binnen gemeente, mits beiden woonwagenbewoners, geen uitkoop en geen ongeoorloofd gedrag
Passend toewijzen ook aan de orde.
Bij het reageren van een ingeschreven standplaatszoekende op een vrijkomende standplaats wordt aan de hand van de volgende toewijzingsregels het aantal punten toegekend en vastgesteld die de rangorde bepalen van degenen die hebben gereageerd.
Bij het toekennen en vaststellen van de punten (op het moment dat er een standplaats vrijkomt op een locatie), gelden de volgende regels:
Inschrijver woont vanaf de geboorte onafgebroken bij de (groot)ouders3Daar waar in de toewijzingsregels “ouders” staat kan in voorkomende gevallen ook “voogd” gelezen worden. op een standplaats op deze locatie, en hier blijven mensen wonen nadat de inschrijver een standplaats krijgt toegewezen (=starter). 100 punten
Inschrijver is woonwagenbewoner, heeft 1e graads familie op deze locatie, maar woont op een standplaats op een andere locatie, en die standplaats komt vrij (=doorstromer). 80 punten
Inschrijver is woonwagenbewoner, heeft 1e graads familie op deze locatie, maar woont in een reguliere woning (=spijtoptant). 70 punten
Inschrijver is woonwagenbewoner, heeft 1e graads familie op deze locatie, en woont (aantoonbaar) minimaal 3 jaar op een standplaats op een andere locatie, maar is geen hoofdbewoner. De standplaats komt niet vrij (=inwonende van een woonwagen). 60 punten
Inschrijver is woonwagenbewoner, heeft 2e of 3e graads familie op deze locatie, maar woont op een standplaats op een andere locatie en die standplaats komt vrij (= doorstromer). 50 punten
Inschrijver is woonwagenbewoner, heeft 2e of 3e graads familie op deze locatie, maar woont in een reguliere woning (= spijtoptant). 40 punten
Inschrijver is woonwagenbewoner, heeft 2e of 3e graads familie op deze locatie, en woont (aantoonbaar) minimaal 3 jaar op een standplaats op een andere locatie, maar is geen hoofdbewoner. De standplaats komt niet vrij (=inwonende). 30 punten
Inschrijver is woonwagenbewoner, heeft geen familie op deze locatie, maar woont in een reguliere woning in de gemeente van deze locatie (= spijtoptant). 25 punten
Iedere maand dat iemand ingeschreven staat bij Woning in Zicht, levert een punt op.
Bij het aanleggen van nieuwe standplaatsen gelden de volgende uitzonderingen op bovenstaande regeling:
Woonwagenbewoners die reeds woonachtig zijn in de gemeente waar de standplaatsen worden aangelegd, krijgen te allen tijde voorrang ten opzichte van woonwagenbewoners die in andere gemeenten in de regio wonen. Pas na de sortering op de huidige woongemeente wordt het puntenaantal per geïnteresseerde bepaald.
Geïnteresseerden vanuit andere gemeenten mogen wel reageren op de betreffende nieuwe standplaatsen. Als er vanuit de eigen gemeente te weinig geïnteresseerden zijn voor de nieuw aangelegde standplaatsen, wordt daarna het puntenaantal van de overige geïnteresseerden bepaald en op volgorde daarvan worden de resterende standplaatsen toegewezen.
Bij de aanleg van geheel nieuwe woonwagenlocaties (dus geen inbreiding of het toevoegen van standplaatsen aansluitend aan een bestaande locatie), kan er geen sprake zijn van starters of doorstromers. In dat geval wordt er daarom bij alle geïnteresseerden enkel gekeken naar het aantal maanden dat iemand ingeschreven staat.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.3
Regionaal toewijzingssysteem
Onderdeel van Woonwagen- en standplaatsenbeleid Tilburg