Inwoners die niet of onvoldoende kunnen deelnemen aan de maatschappij met behulp van algemene voorzieningen, kunnen eventueel een beroep doen op de maatwerkvoorziening dagbesteding.
Maatwerkvoorziening dagbesteding
Voor de maatwerkvoorziening dagbesteding zijn er twee producten: dagbesteding basis en dagbesteding plus.
De volgende uitgangspunten zijn voor dagbesteding van toepassing:
Inzet van dagbesteding is zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig. Daarmee wordt bedoeld:
Bij basis wordt eerst gekeken of de ondersteuning in de sociale basis kan worden opgelost;
Bij plus wordt eerst gekeken of de ondersteuning door inzet van dagbesteding basis kan worden opgelost;
De aanbieder leidt (indien mogelijk) de inwoner toe naar zelfredzaamheid of passende ondersteuning in de sociale basis en/of het sociale netwerk;
Dagbesteding vindt fysiek plaats in groepsverband, op een specifiek daarvoor ingerichte locatie, buiten de woonsituatie/woning van de inwoner;
Samenloop met andere ondersteuning, bijvoorbeeld begeleiding individueel is mogelijk.
Dagbesteding basis
Dagbesteding basis is bedoeld voor inwoners met een verstandelijke, zintuigelijke, lichamelijke, cognitieve, psychische, psychosociale of (psycho)geriatrische beperking. Er moet sprake zijn van matige beperkingen in de zelfredzaamheid op één of meerdere levensgebieden.
De inwoner voldoet aan meerdere van de volgende kenmerken:
De inwoner heeft in enige mate activering en/of stimulans nodig;
De inwoner kan de behoefte/ondersteuningsvraag voldoende begrijpelijk maken;
De inwoner kan beperkt of geen inzicht in de eigen beperkingen hebben, maar dit zorgt niet voor belemmeringen;
De inwoner vertoont redelijk constant gedrag. Er kan sprake zijn van matige gedragsproblematiek.
Dagbesteding plus
Dagbesteding plus is bedoeld voor inwoners met ernstige en/of meervoudige verstandelijke, zintuigelijke, lichamelijke, cognitieve, psychische, psychosociale of (psycho)geriatrische beperkingen. Er moet sprake zijn van ernstige beperkingen in de zelfredzaamheid op meerdere levensgebieden.
De inwoner voldoet aan twee of meer van de volgende kenmerken:
De inwoner heeft in grote mate activering en/of stimulans nodig;
De inwoner kan de behoefte/ondersteuningsvraag onvoldoende begrijpelijk maken;
De inwoner heeft beperkt of geen inzicht in de eigen beperkingen, wat zorgt voor belemmeringen en intensievere ondersteuning;
De inwoner vertoont zeer regelmatig onvoorspelbaar gedrag; er is vaak sprake van ernstige gedragsproblematiek;
De inwoner is snel (psychisch) uit balans en kan moeilijk omgaan met veranderingen.
Uitwerking kenmerken dagbesteding basis en plus
Basis
Plus
De inwoner heeft in enige mate activering en/of stimulans nodig
De inwoner heeft een positieve benadering en aanmoediging nodig om tot activiteit te komen.
Een gestructureerd programma aangevuld met een instructie of voorbeeld is voldoende voor de inwoner om een taak te volbrengen.
De inwoner heeft een aanmoediging nodig om mee te doen in het groepsproces.
Door middel van oefenen, herhaling en aanmoediging kan de inwoner een haalbare vaardigheid eigen maken.
De inwoner heeft in grote mate activering en/of stimulans nodig
De inwoner heeft om tot activiteit te komen een intensieve en proactieve benadering nodig, die gericht is op motiveren, inspireren en activeren.
Bij het uitvoeren van een taak (die gekoppeld is aan de te behalen resultaten) is bij herhaling sturing en/of toezicht nodig.
De inwoner heeft moeite om mee te doen met het groepsproces. Dit heeft een negatieve invloed op het groepsproces en de inwoner zelf. De inwoner heeft gedurende de dag meerdere momenten ondersteuning nodig.
Het aanleren van vaardigheden vraagt van zowel de inwoner als professional veel geduld en doorzettingsvermogen. Dit is een terugkerend patroon bij de inwoner. De leermethodes die gebruikt worden zijn afgestemd op de inwoner.
De inwoner kan de behoefte/ondersteuningvraag voldoende begrijpelijk maken
Onder begrijpelijk maken wordt ook verstaan dat de inwoner de ander begrijpt.
De inwoner kan aangeven wat hij of zij bedoelt. Dit kan ook non-verbaal of met een hulpmiddel (spraakcomputer).
Alleen een taalbarrière is geen reden voor inzet vanuit de Wmo.
Inwoner kan de behoefte/ ondersteuningsvraag onvoldoende begrijpelijk maken
Hier wordt ook onder verstaan dat de inwoner moeite heeft om de ander te begrijpen.
Het is moeilijk voor de inwoner om aan te geven wat hij of zij bedoelt, of wat hij of zij nodig heeft. Er wordt een extra beroep gedaan op de professional, want er moet met grote regelmaat een vertaalslag gemaakt worden.
Alleen een taalbarrière is geen reden voor inzet vanuit de Wmo.
De inwoner kan beperkt of geen inzicht in de eigen beperkingen hebben, maar dit zorgt niet voor belemmeringen
De inwoner heeft een realistisch of beperkt realistisch beeld van eigen problematiek. Het staat het behalen van de gestelde resultaten nauwelijks in de weg. Hij of zij staat open voor feedback om overschatting of onderschatting te kunnen bijsturen.
De inwoner heeft beperkt inzicht in de eigen beperkingen, wat zorgt voor belemmeringen en intensievere ondersteuning.
De inwoner heeft beperkt of geen realistisch beeld van de eigen problematiek. De inwoner is tot minder in staat dan wat hij denkt (overschatting) of inwoner kan op eigen kracht of in samenwerking met anderen meer dan hij denkt (onderschatting). Hierdoor blijft de inwoner in de problemen komen. De professional moet dit tekort compenseren om escalatie en/of passiviteit te voorkomen.
De inwoner vertoont redelijk constant gedrag. Er kan sprake zijn van matige gedragsproblematiek.
De inwoner vertoont soms gedrag dat onvoorspelbaar of niet passend kan zijn. Het gedrag kan negatieve invloed hebben op de persoon zelf of zijn of haar omgeving. Er is geen/gering risico op escalatie.
Gedragsproblematiek matig van aard is bij te sturen middels interventies van de professional op de dagbesteding en heeft weinig tot geen consequenties voor de deelname van de inwoner aan de dagbesteding. De inwoner verstoort het groepsproces niet of nauwelijks.
De inwoner vertoont zeer regelmatig onvoorspelbaar gedrag; er is vaak sprake van ernstige gedragsproblematiek.
De inwoner is moeilijk te lezen waardoor het gedrag onvoorspelbaar of ongepast is.
De professional moet alert zijn op signalen en direct actie ondernemen om escalatie te voorkomen.
Ernstige gedragsproblematiek kan gericht zijn op de omgeving of op de persoon zelf.
De risico’s van het gedrag zeggen iets over de ernst. De ernst wordt bepaald door de combinatie van hoe vaak het voorkomt (frequentie) en de omvang van het risico (impact). Zeer regelmatig is niet alleen in aantallen vast te leggen, maar het gaat ook om de mate waarin het ontregelend is.
Ernstige gedragsproblematiek heeft consequenties voor de deelname van de inwoner en/of groepsleden. Er is ondersteuning nodig om dit te compenseren.
De inwoner is snel (psychisch) uit balans en kan moeilijk omgaan met veranderingen
Bij een inwoner ontstaan grote problemen door kleine (dagelijkse) veranderingen buiten de vaste structuur. Het lukt de inwoner niet om zich aan te passen aan deze kleine veranderingen. Hierdoor raakt de inwoner bijvoorbeeld in de stress, wordt emotioneel, of kan zich op een andere manier niet meer beheersen
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2.
Artikel 3.2.3.
Ondersteuning bij maatschappelijke deelname
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Rijssen-Holten 2025