Beschermd wonen
De Wmo verstaat onder beschermd wonen het volgende: Wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Voor het bieden van beschermd wonen kan aanleiding bestaan indien iemand er vanwege psychische problematiek niet in slaagt om zelfstandig te wonen zonder de directe nabijheid van 24 uur per dag toezicht of ondersteuning. Tot nu toe wonen veel mensen die zich vanwege psychische problemen niet zelfstandig kunnen handhaven in regionale instellingen voor beschermd wonen (RIBW). Vanaf 2025 is de doelgroep voor beschermd wonen uitgebreid met inwoners die vanwege een lichtverstandelijke beperking verblijf nodig hebben. Deze inwoners stromen vervolgens soms door naar de Wet Langdurige Zorg, tot die tijd is de gemeente verantwoordelijk.
Als blijkt of wordt gesignaleerd dat de inwoner (mogelijk) beschermd wonen nodig heeft, wordt deze situatie gemeld bij de Centrale Intake Maatschappelijke Opvang Twente (CIMOT). Vanuit het CIMOT wordt, samen met de gemeente van herkomst en de melder de noodzaak beoordeeld. Indien een voorziening in de vorm van beschermd wonen noodzakelijk is, wordt bij voorkeur een plaats in de gemeente van herkomst gerealiseerd.
De maatwerkvoorziening beschermd wonen wordt door de centrumgemeente toegekend en gerealiseerd. Het criterium is dat de voorziening erin moet voorzien dat cliënt, indien dat kan en zo snel mogelijk, weer in staat is zich op eigen kracht te handhaven in de maatschappij.
Opvang
Opvang houdt onder de Wmo in het bieden van onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Als blijkt of wordt gesignaleerd dat de inwoner (mogelijk) opvang nodig heeft, wordt deze situatie gemeld bij de Centrale Intake Maatschappelijke Opvang Twente (CIMOT). Vanuit het CIMOT wordt, samen met de gemeente van herkomst en de melder de noodzaak beoordeeld. Indien een voorziening in de vorm van opvang noodzakelijk is, wordt bij voorkeur een plaats in de gemeente van herkomst gerealiseerd. De uitvoering van opvang is voor de gemeente Rijssen-Holten belegd bij de Centrumgemeenten Almelo en Enschede.
Logeerzorg ter ontlasting van de mantelzorger
Kortdurend verblijf ter ontlasting van de mantelzorger is mogelijk via de Wmo. De taken van de mantelzorger worden dan tijdelijk overgenomen, zodat de mantelzorger tot rust kan komen of tijd voor zichzelf heeft. In principe kan een inwoner 14 dagen aaneengesloten logeren, maar hier wordt maatwerk toegepast. Meerdere logeermomenten per jaar zijn mogelijk. Het doel is dat inwoners langer thuis kunnen wonen met een vitale mantelzorger.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2.
Artikel 3.2.5
Vormen van verblijf
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Rijssen-Holten 2025