Naar hoofdinhoud

Afdeling 1 › Hoofdstuk 1

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Spaarloonregeling

Als bestedingsdoel wordt erkend:a. verwerving door de deelnemer of diens partner, van een eigen woning als bedoeld in artikel 3.111, eerste lid van de Wet inkomstenbelasting 2001;b. door de deelnemer te betalen premies (koopsommen), anders dan bijdragen ingevolge een pensioenregeling, die verschuldigd zijn ingevolge een lijfrenteovereenkomst zoals hierna omschreven in artikel 8 lid 1;c.premies, anders dan bijdragen ingevolge een pensioenregeling, die verschuldigd zijn ingevolge een kapitaalsverzekeringsovereenkomst zoals hierna omschreven onder artikel 8 lid 2;d. de door de deelnemer vrijwillig te betalen premies ingevolge een pensioenregeling in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964;e. financiering van scholingsuitgaven door de deelnemer voor het volgen van:a. een opleiding of studie door de deelnemer met het oog op het verwerven van inkomen uit werk en woning met uitzondering van kosten:1. die verband houden met een werk- of studeerruimte, daaronder begrepen de inrichting;2. van binnenlandse reizen voorzover die meer bedragen dan het bedrag per kilometer, bedoeld in artikel 15b, eerste lid, onderdeel a van de Wet op de loonbelasting 1964.b. cursussen, congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke, gevolgd door de deelnemer ter behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking;f. opnames ter zake van compensatie van niet genoten loon door de deelnemer als gevolg van opname van (gedeeltelijk) onbetaald verlof, tot maximaal 50% van het niet genoten loon, mits de dienstbetrekking ten tijde van het (gedeeltelijk) onbetaald verlof ongewijzigd blijft voortbestaan. Voor de toepassing van dit artikel wordt het door de werknemer genoten loon in aanmerking genomen, met inachtneming dat artikel 11, eerste lid, onderdeel j van de Wet op de loonbelasting 1964 geen toepassing vindt en dat tantièmes en toevallige bijzondere beloningen, alsmede tot het loon behorende aanspraken niet in aanmerking worden genomen;g. opnames voor de start van activiteiten uit welke de deelnemer vermoedelijk als ondernemer in de zin van artikel 3.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001, winst uit onderneming als bedoeld in artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zal gaan genieten. De aanwezigheid van deze activiteiten moet blijken uit een beschikking die op verzoek van de deelnemer door de inspecteur wordt afgegeven. De periode van zes maanden wordt verlengd met de periode welke ligt tussen het moment waarop door de deelnemer een beschikking is aangevraagd en het moment waarop die beschikking door de inspecteur wordt afgegeven. h. een zesde deel van de aan de deelnemer of zijn partner in rekening gebrachte kosten voor kinderopvang als bedoeld in artikel 16c, vierde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964. Met betrekking tot de in dit artikel genoemde bestedingen zullen maximaal twee opnames per jaar ten laste van de speciale spaarrekening worden toegestaan. Rechtstreekse (periodieke) betalingen, gedaan als betalingen overeenkomstig de in dit artikel onder a tot en met h genoemde bestedingsdoeleinden, worden gelijkgesteld met bestedingen ten laste van de speciale spaarrekening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel