Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.4

Artikel 2.4.2.

Het systeem van Bielzen en terugliggende gebouwen

Onderdeel van Beleidsregels Ruimtelijke structuur Theresiazone

De Bielzen krijgen elke hun eigen signatuur. Daarmee wordt voor voldoende afwisseling en herkenbaarheid van de afzonderlijke gebouwen gezorgd. De samenhang wordt gemaakt met vergelijkbare rooilijnen, overkragingen, die een relatie hebben met de overzijde van de Burgemeester Brokxlaan. Structurerende principes van de gebouwen: Gebouw A is de kop van de Theresiazone aan het Burgemeester Stekelburgplein. Dit is een onderscheidend gebouw, dat krachtig genoeg moet zijn om als wand van dat plein te werken. Gebouw A vormt een ensemble met het cultuurhistorisch waardevolle Deprez-gebouw en het onderstation. Gebouw A is tevens de kop van Theresiazone-West en spant samen met Ketelhuis dit deelgebied op. De Bielzen, gebouwen B, E, G en I, maken de verbinding met de Spoorzone (ten zuiden van de Burgemeester Brokxlaan). De teruggelegen gebouwen C, D, F en H hebben een verbindende functie de andere kant op, naar Theresia, zowel in programma als in massa en vormgeving. Door de positionering worden prettige ruimtes gemaakt aan/over de Burgemeester Brokxlaan, dit zijn de pocket parks. Een plint met overstek van een biels is altijd dubbellaags c.q. ten minste 6 meter hoog. Het openbaar gebied loopt hier onder door. In de plint zitten aan de Burgemeester Brokxlaan zoveel mogelijk publieke functies. Deze plinten vormen samen met de teruggelegen gebouwen een architectonisch geheel. De samenghang zit bij voorbeeld in materiaal, openheid en voordeuren. Aan de pocket parks zitten zoveel mogelijk voordeuren. De pocket parks zijn een combinatie van een stedelijke openbare ruimte en een collectieve ruimte die hoort bij de wijk. Bielzen worden ontsloten onder de overkragingen. Positie en hoogtes gebouwen Gebouwenstructuur Samenhang plint en relatie met buitenruimte

Rechtspraak bij dit artikel