In de woon- en recreatiegebieden geldt eveneens dat kleinschalige windenergie een grote ruimtelijke impact kan hebben. Erfmolens worden vanwege hun visueel ruimtelijk effect hier uitgesloten. Voor een erfmolen zien we ook vanuit oogpunt van omgevingsfactoren (met name geluid) en de daarmee samenhangende afstanden in de woongebieden geen ruimte.
Dakmolens en windwokkels worden eveneens niet toegestaan in de woon- en recreatiegebieden vanwege de ruimtelijke impact. Ook kan door dakmolens en windwokkels een verdere verrommeling ontstaan, zeker in combinatie met het vergun-ningsvrij bouwen en het realiseren van zonnepanelen en andere installaties op dak. Ook wat betreft het aspect geluid zijn dakmolens en windwokkels in deze gebieden niet aan te bevelen. Daarom wordt voor de woon- en recreatiegebieden gekozen voor de koers ’nee’.
Er zijn wel enkele situaties en plekken denkbaar waar een kleine dakmolen of windwokkel onder voorwaarden gesitueerd kan worden, zonder grote visuele impact. Bijvoorbeeld bij een solitaire vrijstaande woning aan de rand van het dorp. Ook ‘maatschappelijk vastgoed’ (school, supermarkt, zorgcentrum etc.) zou zich kunnen lenen voor een kleinschalige vorm van energieopwekking door wind. Dakmolens en windwokkels worden in deze specifieke situaties alleen toegestaan onder de voorwaarde dat er geen geluidsoverlast optreedt voor omliggende huizen. Ook mag de dakmolen of wokkel niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte. Bijbehorende elektrische installaties (zoals een omvormer en meet- en beveiligingsapparatuur) dienen vanaf de openbare ruimte eveneens niet zichtbaar te zijn. Medewerking vindt dan enkel plaats op basis van een goede onderbouwing.
Voor nieuw te bouwen woningen geldt dat vormen van energie-opwekking door middel van wind geïntegreerd kunnen worden in het ontwerp van de woning, zodat er sprake is van een samenhangende architectuur.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.2
Woon- en recreatiegebieden
Onderdeel van Beleidsregel wind op land