Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2

Artikel 3.2.3

Bedrijventerrein

Onderdeel van Beleidsregel wind op land

Voor de mogelijkheden van plaatsen erfmolens en/of windwokkels wordt aangesloten bij de toekomstvisie op bedrijventerreinen. Erfmolens staan we om verschillende redenen niet toe op de bedrijventerreinen. Zo zien we op Zwolsche hoek dat de bouwhoogte vaak al rond de 15 meter is, bebouwingspercentages hoog liggen en er vaak bestaande ruimtelijke knelpunten zijn die prioriteit behoeven. Een erfmolen met maximale tiphoogte van 15 meter is dan niet efficiënt qua opwek en qua ruimtebeslag. Op het bedrijventerrein zien we wel meer mogelijkheden voor dakmolens en windwokkels vanwege het bedrijfsmatige karakter van dit gebied. Kleinschalige vormen van windenergie kunnen voor bedrijven een bescheiden maar nuttig aandeel in de opwek van duurzame energie betekenen. Voor de bedrijventerreinen Zwolsche Hoek, Lemsterhoek en Westgat is voor dakmolens en windwokkels daarom de koers ‘ja mits’ van toepassing. Voor Port of Urk geldt dat dakmolens en windwokkels niet zijn toegestaan, tenzij niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte. Bijbehorende elektrische installaties (zoals een omvormer en meet en beveiligingsapparatuur) dienen vanaf de openbare ruimte eveneens niet zichtbaar te zijn. Voor de plaatsing van dakmolens en windwokkels op bedrijventerreinen gelden de volgende algemene randvoorwaarden: Voldoen aan de randvoorwaarden omgevingsfactoren. De opwek is primair bedoeld voor eigen energiebehoefte. Parkeerplaatsen zijn uitgesloten voor de plaatsing van dakmolens als windwokkels. Erfmolens zijn niet toegestaan. Er moet sprake zijn van een gedekte, neutrale kleurstelling, waarbij lichtschittering moet worden voorkomen. Een dakmolen of windwokkel als reclameobject is niet toegestaan. Er mag geen sprake zijn van een belemmering voor de naastgelegen functie. Dakmolens en windwokkels moeten op veiligheid goedgekeurd en gecertificeerd zijn. Voor de plaatsing van dakmolens en windwokkels gelden, naast de algemene randvoorwaarden, de volgende randvoorwaarden: Dakmolens en windwokkels op dak moeten passen binnen de maximaal toegestane bouwhoogtes (meestal is dat 12 meter, met binnenplanse afwijking naar 15 meter). Windwokkels op mast hebben een maximale tiphoogte van 5 meter. Dakmolens en windwokkels mogen zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte. Wel moet enige afstand worden aangehouden worden vanaf de rand van het dak (dus de constructies moeten ‘naar binnen’ worden gerooid, zo veel mogelijk midden op het gebouw). Richtafstand tot de rand van het dak is minimaal de hoogte van de dakmolen of windwokkel. Dakmolens en windwokkels mogen maximaal 1/3 van hoogte van het gebouw bedragen. De maximale hoogte bedraagt 5 meter. De maximale rotordiameter van dakmolens en windwokkels bedraagt 2 meter. Voor nieuw te bouwen bedrijfsgebouwen geldt dat vormen van energie-opwekking door middel van wind geïntegreerd kunnen worden in het ontwerp van het gebouw, zodat er sprake is van een samenhangende architectuur.

Rechtspraak bij dit artikel