Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.4.

Signalering

Onderdeel van Beleidsplan Achterhoekse aanpak van Mensenhandel

Het kunnen signaleren van mensenhandel is lastig, vooral als hier geen training aan vooraf is gegaan. Het herkennen van het zogenaamde niet-pluis-gevoel is de eerste stap die kan leiden naar een onderzoek mensenhandel (of ander ongewenst fenomeen). Bijlage 4 voorziet in een overzicht van het huidig trainings- en opleidingsaanbod voor de gemeenten, waar het training op signalen mensenhandel ook onder valt. Het komt voor dat ambtenaren het vervelend vinden om een zware stempel, zoals mensenhandel, op een ‘vaag’ signaal te drukken. Dit is begrijpelijk. Vandaar dat het van groot belang is dat er binnen de gemeenten een heldere meldroute is waar signalen (veilig) kunnen worden gemeld (zie ook hoofdstuk 6). In het geval van mensenhandel is dit idealiter bij de Aandachtsfunctionaris Mensenhandel. Deze vormt de schakel tussen de betreffende ambtenaar en de professionals die een signaal kunnen duiden als mensenhandel (en daarna oppakken) of kunnen concluderen dat het niet om mensenhandel gaat (maar mogelijk om een ander onwenselijk fenomeen). Na het signaleren van een mogelijk signaal mensenhandel kan het stroomschema voor signalen mensenhandel worden gevolgd (bijlage 1), zodat experts mensenhandel op regionaal niveau de gemeenten kunnen helpen en adviseren bij het (mogelijke) signaal mensenhandel.

Rechtspraak bij dit artikel