Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 10.

Aanspraak op individuele voorzieningen

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Opmeer 2025

1.. Jeugdigen of ouders kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening voor zover zij geen (afdoende) oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag: binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (eigen kracht), waaronder in ieder geval wordt verstaan: gebruikelijke hulp van ouders en hulp van andere personen uit het sociale netwerk; het aanspreken van een aanvullende verzekering die is afgesloten. door, al dat niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een algemene voorziening of een voorliggende voorziening. 2.. Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de meest passende voorziening. 3.. Het college verleent geen individuele voorziening als het hulpverleningstraject waarvoor de jeugdige en/of de ouders die voorziening vragen op het moment van aanvraag al is afgerond. 4.. Indien de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige of zijn ouder voorafgaand aan de aanvraag al heeft gemaakt, kan het college hier slechts een voorziening voor verstrekken: op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet en; voor zover het college achteraf nog kan beoordelen of sprake was van een noodzakelijke en passende voorziening 5.. De voorziening als bedoeld in het derde lid kan slechts betrekking hebben op gemaakte kosten over een periode van maximaal drie maanden vóór de aanvraag. 6.. Het college kan nadere regels stellen ter verdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in het eerste lid.

Rechtspraak bij dit artikel