Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 11.

Gebruikelijke hulp en eigen kracht

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Opmeer 2025

1.. Gebruikelijke hulp is de normale, dagelijkse hulp en zorg die ouders geacht worden aan hun kinderen te bieden. Voor minderjarige kinderen (tot 18 jaar) behoren ouders hen te verzorgen, op te voeden en toezicht te bieden, ook als er sprake is van een kind met een ziekte, aandoening of beperking. Extra handelingen die hiervoor nodig zijn vallen ook onder de gebruikelijke hulp en worden in principe niet vergoed. 2.. Het college behoeft geen jeugdhulp toe te kennen, indien de jeugdige en/of zijn ouder(s) zelf, met gebruikelijke hulp, kunnen zorgen voor de oplossing van hun problemen, zoals blijkt uit de artikelen 2.3 lid 1 en 2.9 lid 1 van de Jeugdwet. Dit wordt ‘eigen kracht’ genoemd. 3.. Er wordt onderscheid gemaakt in een kortdurende en langdurige ondersteuningsbehoefte; Kortdurend: er is uitzicht op een dusdanige verbetering van de problematiek en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige, dat ondersteuning daarna niet langer is aangewezen. Richtlijn van maximaal drie maanden. Langdurend: het gaat om chronische situaties waarvoor de hulp langer dan drie maanden nodig is. 4.. Hoe korter de verwachte duur van de ondersteuning, hoe meer men mag verwachten van een ouder of huisgenoot. Van een partner worden andere dingen verwacht dan van een huisgenoot. En van een minderjarig kind kan minder verwacht worden dan van een meerderjarig kind. 5.. Als ouders en/of andere verzorgers of opvoeders in staat zijn de benodigde hulp te leveren wordt in beginsel geen individuele voorziening toegekend. 6.. Het college stelt nadere regels op voor de (onderzoeks-)criteria voor gebruikelijke- en niet-gebruikelijke hulp.

Rechtspraak bij dit artikel