De ontvanger verleent de belastingschuldige uitstel van betaling voor een periode van ten hoogste twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de ontvanger de betalingsregeling bij beschikking toestaat. Als voor de belastingschuld waarvoor om uitstel van betaling wordt verzocht, al uitstel van betaling op grond van artikel 25.5.3 (nr. in koptekst van deze leidraad) is genoten, is de maximale looptijd van de betalingsregeling twaalf maanden, gerekend vanaf de datum waarop de betalingsregeling op grond van artikel 25.5.3 (nr. in koptekst van deze leidraad) is toegekend.
Slechts als er volgens de ontvanger bijzondere omstandigheden zijn, kan hij de belastingschuldige een langere termijn gunnen dan twaalf maanden.
Hoofdstuk 18. › Paragraaf 18.5.
Artikel 18.5.1.
Duur betalingsregeling particulieren (25.5.1)
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen