Zoals in hoofdstuk 2 is aangegeven, wordt een hogere boete opgelegd bij (herhaalde) overtreding die gepaard gaat met bedreiging van de leefbaarheid en/of gevaar voor gezondheid of veiligheid. De beoordeling of sprake is van bedreiging van de leefbaarheid zal worden gedaan aan de hand van de beschrijving in de kamerstukken bij het eerdere wetsvoorstel bij de Woningwet (TK 201302014, 33 798, 6, pag. 2):
“In het kader van de Woningwet gaat het bij leefbaarheid om de wijze waarop een pand wordt gebruikt en de staat van onderhoud van een pand waardoor hinder in en verloedering van de woonomgeving kan worden veroorzaakt. In één straat of woonblok kan een dergelijke overlastsituatie vanuit één woning tot aantasting van de leefbaarheid leiden. Het kan bijvoorbeeld ook gaan om frequent gebruik van tuinen als stortplaats voor grof huisvuil en situaties waarin er sprake is van bewuste verkrotting van panden. Het voortduren van deze situaties hoeft niet per definitie te leiden tot een gevaar voor de veiligheid of de gezondheid, maar kan wel een buitengewoon negatief, en dus verloederend, effect op de directe woonomgeving (hebben).” Kernwoorden in deze omschrijving zijn: hinder, verloedering, overlast, verkrotting.
Overigens zijn de beoordelingscriteria of sprake is van aantasting van de leefbaarheid niet dezelfde als bij de beoordeling van de leefbaarheid in het kader van verlening van een omzettingsvergunning op basis van de Huisvestingswet/Huisvestingsverordening. Waar het bij de omzettingsvergunning vooral gaat om de te verwachten druk op de leefbaarheid door gebruik van het pand voor kamerverhuur, gaat het bij de Woningwet (en nu dus de Omgevingswet) om aantasting van de leefbaarheid door reeds ontstane verloedering van het pand zelf.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
Bedreiging van de leefbaarheid of gevaar voor de gezondheid of veiligheid
Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boete artikel 18.12 Omgevingswet - gemeente Eindhoven 2025