Artikel 44 lid 1 van de wet bepaalt dat in principe niet eerder bijstand wordt verleend dan tegen de datum waarop belanghebbende zich heeft gemeld voor de aanvraag. Dat sluit aan bij het aanvullende karakter van de bijstand. Het college maakt in deze beleidsregels een uitzondering voor de bijzondere bijstand.
Aanvragen met terugwerkende kracht:
Aanvragen voor bijzondere bijstand dienen tijdig te worden ingediend om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming. Dit betekent dat de aanvraag moet worden ingediend binnen zes maanden na het ontstaan van de kosten waarvoor bijstand wordt gevraagd. Aanvragen die na deze termijn worden ingediend, kunnen worden afgewezen, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden die de vertraging rechtvaardigen.
Aanvragen zonder terugwerkende kracht:
Voor de navolgende kosten geldt dat een aanvraag altijd moet worden ingediend voordat de kosten worden gemaakt.
De uitzondering van terugwerkende kracht geld niet voor aanvragen die betrekking hebben op:
- - verhuiskosten;
- - inrichtingskosten;
- - duurzame gebruiksgoederen; en
- - tandartskosten voor zover het college de aanvraag op grond van artikel 35 van de wet beoordeelt.
Aanvragen bijzondere bijstand eigen risico zorgverzekering:
Voor aanvragen met betrekking tot het verplichte eigen risico van de zorgverzekering geldt een specifieke termijn. Zorgverleners hebben tot het einde van het jaar dat volgt op het jaar waarop de eigen risicokosten betrekking hebben de tijd om de rekening bij de zorgverzekeraar in te dienen. De bijzondere bijstand sluit aan op deze termijn, waarbij de uiterlijke termijn voor het indienen van een aanvraag, het einde van het jaar dat volgt op het jaar waarop de eigen risicokosten betrekking hebben gehad.