Algemeen

Artikel 5 onderdeel e van de wet omschrijft een voorliggende voorziening als elke voorziening buiten de Participatiewet waarop de belanghebbende of het gezin aanspraak kan maken - dan wel een beroep kan doen - ter verwerving van middelen of ter bekostiging van specifieke uitgaven. In het algemeen kunnen voorliggende voorzieningen zowel privaatrechtelijke als ook publiekrechtelijk van aard zijn. Voorbeelden van privaatrechtelijke voorzieningen zijn een Gemeentelijke kredietbank en de aanvullende zorgverzekering. Daarvoor geldt dat een dergelijke voorziening ‘aanwezig moet zijn’ wil deze als voorliggende voorziening aangemerkt kunnen worden. Voorbeelden van publiekrechtelijke voorzieningen zijn: de Wet langdurige zorg en de Wet op de rechtsbijstand. De Zorgverzekeringswet is een privaatrechtelijke schadeverzekering met een publiekrechtelijke waarborg. Dat laatste heeft te maken met een verzekerbaar recht op zorg.

Specifiek

Artikel 15 van de wet bepaalt de bevoegdheid tot bijstandsverlening in relatie tot de voorliggende voorziening. Er bestaat geen recht op bijstand voor zover de belanghebbende een beroep kan doen op een voorliggende voorziening die - gezien de aard en doel daarvan - toereikend en passend wordt geacht. Ook bestaat geen recht op bijstand voor kosten die in de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt. Dit geldt ook als de voorliggende voorziening voor een specifieke situatie oordeelt dat de kosten niet noodzakelijk zijn. Voorbeelden van voorliggende voorzieningen zijn: de Zorgverzekeringswet, de Wet op de rechtsbijstand en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

Medische en paramedische zorg

De Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg worden voor de kosten van (para)medische zorg in beginsel als een aan de Participatiewet voorliggende, toereikende en passende voorziening beschouwd. In voorkomende gevallen moet het college onderzoek doen of de kosten op grond van de Zorgverzekeringswet zijn aan te merken als bijvoorbeeld mondzorg, een hulpmiddel of paramedische zorg. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat: dieetkosten, pedicurekosten en

de kosten van een personal trainer om af te vallen niet op grond van artikel 15 van de wet afgewezen mogen worden. De kosten moeten beoordeeld worden op grond van artikel 35 van de wet.

Aanvullende zorgverzekering

De aanvullende zorgverzekering vergoedt doorgaans geheel of gedeeltelijk kosten die niet door de Zorgverzekeringswet worden vergoed omdat deze kosten niet noodzakelijk worden geacht. In het algemeen mag worden verwacht dat men zich afdoende verzekert tegen zorgkosten. Als er door omstandigheden geen aanvullende verzekering is en er noodzakelijke kosten worden gemaakt is bijstandsverlening als maatwerk oplossing mogelijk. Van belanghebbende wordt verwacht zich in te spannen om de situatie duurzaam op te lossen. Te denken valt aan het vragen om hulp bij financiële problemen.

Overstappen verplicht

Het college kan de (toekomstige) bijzondere bijstand weigeren als belanghebbende zich aanvullend kan verzekeren tegen redelijke (meer)kosten en daadwerkelijk kan overstappen naar een (aanvullende) zorgverzekering die de betreffende kosten zal gaan vergoeden. Het gaat alleen om kosten die het college moet beoordelen op grond van art. 35 van de wet (niet-medische kosten).