Nadat de hoogte van de bijzondere bijstand is bepaald rest het college om de vorm waarin de bijzondere bijstand wordt verleend te bepalen. Daarbij is het college niet vrij om zelf te bepalen in welke vorm het de bijzondere bijstand verleent. Bijzondere bijstand kan in vier vormen worden verleend:
- - Om niet (art. 48 lid 1 PW).
- - Als lening (art. 48 lid 2 PW en art. 51 lid 1 PW).
- - Onder borgtocht (art. 49 PW en art. 51 lid 1 PW).
- - In natura (art. 57 PW).