Naar hoofdinhoud

Artikel 12.

Procedurele en randvoorwaardelijke verplichtingen

Onderdeel van Subsidieregeling reguliere en VVE peuteropvang gemeente Borne 2025

1.. De houder voldoet aan alle relevante wettelijke voorschriften die van toepassing zijn. 2.. De houder werkt mee aan de uitvoering van het gemeentelijk beleid met betrekking tot de ontwikkeling van jonge kinderen. De houder werkt ook mee aan het gemeentelijke Jonge Kind overleg. 3.. Houder verschaft op verzoek informatie aan de gemeente, de GGD Twente, de Inspectie van het Onderwijs, het Ministerie van Onderwijs of aan andere door het college aangewezen instanties. 4.. Houder zet zich in om bij plaatsing van een peuter op een beschikbaar gekomen plek, doelgroeppeuters voorrang te geven. 5.. De houder spant zich in om wachtlijstvorming te voorkomen en zoekt bij (dreigende) wachtlijsten samen met ouders, andere houders en de gemeente naar een plek op een van de andere peutergroepen. 6.. De houder zet zich in om segregatie te voorkomen. Doelgroeppeuters zitten zoveel als mogelijk in vaste horizontale groepen. Het aandeel doelgroeppeuters per groep mag niet groter zijn dan maximaal 8 peuters bij een maximale groepsgrootte van 16 peuters, of 50 % van het totaal aantal peuters. 7.. De kinderopvangaanbieder spant zich in om VVE geïndiceerde peuters daadwerkelijk 960 uur te laten deelnemen. Indien een kind in een half jaar meer dan 25% van de aangeboden uren niet aanwezig is geweest volgt een gesprek tussen kinderopvangorganisatie en ouders, waarin de reden hiervan achterhaald wordt. Mocht hieruit blijken dat het minder laten deelnemen een keuze is van ouders die geen dringende reden heeft, vervalt het recht op een VVE−gesubsidieerde plek. Kinderopvang organisaties nemen dit op in hun voorwaarden richting de ouders. 8.. In de subsidieaanvraag geeft de houder aan hoe zij de reguliere en VVE peuterplaatsuren aanbieden. Het is hierbij toegestaan de ouders een keuzemogelijkheid voor de invulling van de uren te bieden.

Rechtspraak bij dit artikel