Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.1

Vergunningverlening - Bouw/Sloop/Kap/Monumenten

Onderdeel van Uitvoeringsprogramma fysieke leefomgeving 2025

Jaarlijks worden aanvragen ontvangen voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning, toestemming Bouw. Hoeveel aanvragen ingediend worden, is vooraf niet te bepalen. Enige houvast om een prognose te stellen, is de voorraad van voorgaande jaren in combinatie met de ruimtelijke ontwikkeltrajecten die zijn afgerond. Per 1 januari 2024 hebben de Ow en de Wkb het enige houvast dat er was, enigszins op losse schroeven gezet. Er is een nieuwe werkelijkheid ontstaan. We zullen nieuwe ervaringscijfers op moeten gaan doen door goede monitoring. In 2024 moesten nog veel aanvragen die nog onder de Wabo waren ingediend worden afgehandeld. Tegelijkertijd moesten ook de nieuwe aanvragen die werden ingediend onder de OW worden opgepakt en worden afgehandeld. Daarnaast zijn de nieuwe teams, na een reorganisatie, per 1-1-2024 van start gegaan. Dit alles bij elkaar vroeg heel veel van de flexibiliteit van veel collega’s. Zo kwamen we nog niet echt los van het oude en konden we ons ook nog niet geheel focussen op de nieuwe Wet- en regelgeving. In 2025 kunnen we ons, naar verwachting, volledig gaan richting op de afhandeling van omgevingsvergunningen onder de OW, in onze nieuwe teams, conform het nieuwe VTH-beleid 2024-2028. De toetsing aan een aanvraag omgevingsvergunning, of er wel of niet gebouwd kan worden, Wordt nu gesplitst in een ruimtelijk deel en in een bouwtechnisch deel. Het ruimtelijk deel blijft in alle gevallen een taak van de gemeente. Zij oordeelt of het bouwwerk passend is binnen het Omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) en past binnen o.a. de criteria die gelden voor welstand (waar dat van toepassing is). Als de aanvraag ruimtelijk niet past binnen het Omgevingsplan kan de gemeente binnneplans, via een zogenaamde Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (kleine of grote BOPA) of doormiddel van een projectbesluit als nog afwijken en toestaan dat het initiatief kan worden uitgevoerd. Het bouwtechnische deel wordt gedaan door een gecertificeerde kwaliteitsborger, althans voor de relatief gezien eenvoudige bouwwerken (woningen en eenvoudige bedrijfsgebouwen), de zogenaamde Gevolgklasse 1 bouwwerken. Voor bouwwerken in andere gevolgklasses, bijvoorbeeld 2 en 3, blijft de gemeente voorts verantwoordelijk voor zowel het ruimtelijk als het bouwtechnische deel. Zie ook de beleidslijn Wkb in het vastgestelde nieuwe VTH-beleid 2024-2028. Dit houd in dat er op hoofdlijnen drie varianten zijn bij vergunningverlening bouw onder de Omgevingswet: Voor een gedeelte van de werkvoorraad dient alleen een omgevingsvergunning voor de “omgevingsplanactiviteit: bouwen” aangevraagd te worden. Hierbij kan i.v.m. het in strijd zijn met het Omgevingsplan ook moeten worden afgeweken d.m.v. een binnenplanse, buitenplanse omgevingsplanactiviteit (kleine of grote BOPA) of een projectbesluit; Voor een gedeelte van de werkvoorraad dient een omgevingsvergunning voor de “omgevingsplanactiviteit: bouwen” aangevraagd te worden. Aanvullend dient hierbij een bouwmelding ingediend te worden (GK1 bouwwerken onder de WKB) waar het bouwtechnische deel in wordt verantwoord door een gecertificeerde kwaliteitsborger. Dit dient binnen 4 weken voor aanvang bouw te geschieden. Uiteindelijk resulteert het bouwproces in een gereed melding alvorens het bouwwerk ook daadwerkelijk in gebruik mag worden genomen. Beide meldingen dienen minimaal door de gemeente gecontroleerd te worden op ontvankelijkheid alvorens ze goedgekeurd worden; Voor een gedeelte van de werkvoorraad dient een omgevingsvergunning voor de “omgevingsplanactiviteit: bouwen” aangevraagd te worden en een technische “bouwactiviteit” voor het bouwtechnische gedeelte. De gemeente moet hier zoals ook de werkwijze was onder de Wabo toetsen aan het nieuwe bouwbesluit wat onder de OW is opgenomen in het BBL. Duurzaamheid, constructieve en brandveiligheid zijn belangrijke punten vanuit het nieuwe VTH-beleid 2024-2028 waar de gemeente deze vergunningaanvragen goed op zal moeten toetsten. Deze veranderingen hebben er voor gezorgd dat de aanvragen veranderen. We hadden verwacht dat het aantal omgevingsvergunningen zou afnemen onder de OW. Dat is echter niet het geval blijkt in 2024. Er worden minimaal net zoveel omgevingsvergunningen aangevraagd dan gemiddeld in de jaren daarvoor onder de Wabo. We zien wel een verschuiving van veelal meervoudig aanvragen onder de Wabo naar enkelvoudige aanvragen onder de OW. Dit verklaard mogelijk waarom er toch bijna net zoveel omgevingsvergunningen worden ingediend onder de OW dan daarvoor onder de Wabo. 90% van de ingediende omgevingsvergunningen in 2024 was voor een enkelvoudige activiteit. 10% vraagt nog maar een omgevingsvergunning aan voor meervoudige activiteiten blijkt in 2024. Onder de Wabo werden 80% meervoudige aanvragen ingediend en 20% enkelvoudige aanvragen. Dit is een ontwikkeling die we in 2025 verder zullen gaan monitoren. In 2024 zijn maar een paar bouwmeldingen voor gevolgklasse 1 bouwwerken onder de WKB ingediend. Wij hebben daar dan ook geen tot weinig ervaring mee op kunnen doen. Wij verwachten dan ook in 2025 meer ervaring hiermee op te kunnen doen en de processen verder uit te kunnen kristalliseren voor de WKB conform de beleidslijn uit het nieuwe VTH-beleid 2024-2028. Het jaar 2025 wordt dan ook een jaar waarin de nieuwe processen zich verder zullen ontrafelen en nieuwe kengetallen zullen ontstaan, zoals ook beschreven in paragraaf 1.2 Procescriteria en daarin ‘Processtap 6: Monitoren’ werd. Dat zal de nodige tijd en capaciteit vergen voordat de nieuwe werkelijkheid weer gesmeerd zal draaien. Evaluatie vergunningverlening en omgevingsinitiatieven 2024 Uitgevoerde werkzaamheden De totale verwachte werkvoorraad was 637zaken voor 2024. In 2024 zijn er totaal 509 zaken gerealiseerd. Zie de volgende grafiek: De inhoud van bovenstaande grafiek toont dat we qua inschatting van het verwachte werk wat in 2024 nog afgehandeld moest worden vanuit de Wabo en het nieuwe te verwachten werk vanuit de OW redelijk in de buurt zaten. De vooroverleggen/Verkennen en begeleiden van initiatieven zijn minder aangevraagd dan verwacht in 2024. Verwacht was dat dit onder de OW nog belangrijker zou worden om tot een goede omgevingsvergunningaanvraag te kunnen komen. Vervolgens valt op dat er ook aanzienlijk minder kapvergunningen zijn aangevraagd in 2024 onder de OW dan voorheen gemiddeld onder de Wabo. In 2024 zijn er twee aanvragen, toestemming monumenten, ontvangen. Er zijn geen monumenten bijgekomen op grond van de Erfgoedverordening gemeente Twenterand. Dat betekent dat er in 2023, 26 rijksmonumenten en 29 gemeentelijke monumenten bestonden, zoals blijkt uit de Erfgoedlijst van de gemeente Twenterand. Geleverde bijdrage aan beleidsdoelen en streefwaarden “Programma Ruimte” Onderdeel Indicator Streefwaarde 2024 gerealiseerd Vergunningverlening Aantal van rechtswege verleende vergunningen 0 0 Aantal verleende omgevingsvergunningen voor het bouwen van gebouwen met een woonfunctie 80 38 Aantal verleende omgevingsvergunningen voor het bouwen van gebouwen met een maatschappelijke functie 2 0 Aantal verleende omgevingsvergunningen voor het bouwen van gebouwen met een bedrijfsfunctie 7 15 Aantal van rechtswege verleende omgevingsvergunning onder de Wabo In 2024 zijn 0 vergunningen van rechtswege verleend die nog moesten worden afgehandeld onder de Wabo. Daardoor is voldaan aan de streefwaarde van de indicator op het gebied van vergunningverlening Streefwaarden 2024 : 80 nieuwe woningen 2 gebouwen met een maatschappelijke functie 7 nieuwe bedrijfspanden Woonfunctie Er zijn totaal 38 omgevingsvergunningen afgehandeld. Waarvan 31 nog onder de Wabo en 7 onder de OW. Deze vergunningen zijn goed voor in totaal 19 nieuwe appartementen en 91 nieuwe grondgebonden woningen in diverse vormen (vrijstaand, twee-onder-een-kap, rijtjes woningen of mantelzorg). Maatschappelijke functie Er zijn geen omgevingsvergunningen aangevraagd voor het bouwen van gebouwen met een maatschappelijke functie. Bedrijfsfunctie Er zijn totaal 15 omgevingsvergunningen afgehandeld. Waarvan 7 nog onder de Wabo en 8 onder de OW. Dat is goed voor in totaal 15 nieuwe bedrijfspanden in diverse vormen (kantoren, bedrijven, of bedrijfsverzamelgebouwen) Vanuit vergunningverlening is door het verlenen van deze omgevingsvergunningen een positieve bijdrage geleverd aan het programma Ruimte met het beoogd maatschappelijk effect: ‘In Twenterand is het prettig wonen en werken’. De verwachte streefwaarden zijn bijna allemaal behaald. Deze appartementen, woningen en bedrijfspanden kunnen nu gebouwd gaan worden voor de inwoners en ondernemers van de gemeente Twenterand. Geleverde bijdrage aan projecten In 2024 hebben de vergunningverleners gezamenlijk voor 500 uur bijgedragen aan het verder implementeren en verbeteren van de nieuwe producten onder de OW. Capaciteitsverantwoording t.o.v. geleverde productie De gerealiseerde werkvoorraad heeft 6278 uur aan capaciteit gekost. Voor deze taken was inclusief het Vooroverleg/verkennen en begeleiden initiatief 4,48 fte gekwalificeerd personeel nodig. Met inhuur was er 5,4 fte in 2024 beschikbaar. Daarmee kon de werkvoorraad op adequaat niveau worden afgedaan. Gaande het jaar zorgden niet voorziene omstandigheden ervoor dat de afhandeling van de werkvoorraad binnen de bestaande capaciteit onzeker werd en is omwille van de continuïteit capaciteit ingehuurd en zijn dossiers via digitaal Outsourcing uitbesteed aan een deskundig bureau. Dit bureau heeft ook in voorkomende gevallen de constructieve toets uitgevoerd van de schadewoningen langs het Kanaal Almelo de Haandrik waarvan de fundering hersteld wordt of nieuwbouw is voorzien. Op deze wijze kon de werkvoorraad beheersbaar blijven, adequaat worden afgerond en de dienstverlening op peil blijven. Conclusie In 2024 zijn de taken onder uitdagende omstandigheden adequaat uitgevoerd. Het beheers niveau was voldoende naar omstandigheden. Om de risico’s zoveel mogelijk te beperken is in 2024 gebruik gemaakt van inhuur en het uitbesteden van dossiers. Prognose Vergunningverlening en Omgevingsinitiatieven 2025 Verwachte werkzaamheden De prognose is dat er in totaal 605 zaken zullen worden afgehandeld voor het programma van 2025, dat ziet er als volgt uit: Het is moeilijk te voorspellen of in 2025 een toename van het aantal aanvragen zal gaan plaats vinden t.o.v. 2024. Op basis van de tot nu toe opgedane ervaringscijfers hebben we gepoogd een reële inschatting te maken voor 2025. De kans bestaat dat het nog niet zal overeenkomen met de werkelijkheid. Door maandelijkse monitoring gaan we een vinger aan de pols houden zodat er tijdig kan worden bijgestuurd mocht dit wenselijk/noodzakelijk zijn. Het jaar 2025 zal voor wat de specialisatie ‘Bouw’ betreft een jaar worden waarbij de focus volledig op de nieuwe OW kan worden gelegd. Aanvullend zal in 2025 het nieuwe VTH-beleid 2024-2028 verder uitgerold, geïmplementeerd en uitgekristalliseerd moeten worden richting de teams. De Omgevingsvisie en de beleidslijn Wkb zijn hier belangrijke punten in die vergunningverlening zullen raken in 2025. Tevens moeten we de producten en diensten nog beter in ons uitvoeringssysteem Powerbrowser gaan afstemmen t.o.v. de omgevingswet zodat we de monitoring hierop nog beter kunnen laten aansluiten. De Wkb is per 1 januari 2024 van toepassing op zowel nieuwbouw als voor verbouwingen van bouwwerken met een laag risicoprofiel, de zogenaamde categorie: gevolgklasse 1, zoals eengezinswoningen en eenvoudige bedrijfspanden. Dit zijn relatief eenvoudige bouwwerken waar de gevolgen beperkt zijn als er iets misgaat. Welke bouwwerken onder gevolgklasse 1 vallen is vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Gedurende de eerste 3 jaar worden de resultaten van de Wkb gemonitord. Na deze periode volgt een evaluatie en wordt de Wkb mogelijk uitgebreid naar andere bouwwerken, zoals kantoren, appartement en winkels. De uitbreiding wordt echter niet eerder verwacht dan in 2029. Dus heeft geen extra gevolgen voor het programma van 2025. Het bouwproces ondergaat een metamorfose als ook de rol van de gemeente dat heeft ook gevolgen voor de capaciteit en de rollen van de medewerkers. Het nieuwe VTH-beleid 2024-2027 staat nu als kapstok. is Dit is een goede basis om verder mee aan de slag te gaan en ervaring hiermee op te doen en waar nodig bij te stellen als dat nodig is. Ook in 2025 bestaat een reële kans dat de situatie rondom de schadewoningen aan kanaal Almelo-De Haandrik voor een toename van het aantal ruimtelijke toetsingen gaat zorgen. De toename zal naar verwachting niet groot zijn, maar 1 toets per maand voor deze specifieke groep is niet uitgesloten. Verwachte bijdrage aan beleidsdoelen en streefwaarden “Programma Ruimte” in 2025 Onderdeel Indicator Streefwaarde 2025 Vergunningverlening Aantal van rechtswege verleende vergunningen n.v.t. Aantal verleende omgevingsvergunningen voor het bouwen van gebouwen met een woonfunctie 30 Aantal verleende omgevingsvergunningen voor het bouwen van gebouwen met een maatschappelijke functie 2 Aantal verleende omgevingsvergunningen voor het bouwen van gebouwen met een bedrijfsfunctie 7 In de geplande werkvoorraad is rekening gehouden met de indicatoren en streefwaarden uit het programma Ruimte (>30 verleende omgevingsvergunningen voor het bouwen van gebouwen met een woonfunctie, >2 verleende omgevingsvergunningen voor het bouwen van gebouwen met een maatschappelijke functie en >7 verleende omgevingsvergunningen voor het bouwen van gebouwen met een bedrijfsfunctie). Gelet op de gerealiseerde werkvoorraad in 2024 is de streefwaarde voor woonfuncties en voor bedrijfsfuncties aan de lage kant. Deze kan voor de programmabegroting van 2026 worden verhoogd, indien deze trend zich vanuit de Omgevingswet doorzet. In de geplande werkvoorraad wordt niet langer rekening gehouden met de indicator het aantal van rechtswege verleende vergunningen. Immers, een van rechtswege verleende vergunning bestaat niet langer onder de OW. In 2025, waarin we nieuwe ervaringscijfers verzamelen, kan mogelijk een nieuwe indicator opgenomen worden voor het onderdeel Vergunningverlening Bouw/Sloop/Monumenten om te sturen op de doelen. Verwachte bijdrage aan beleidsdoelen en streefwaarden vanuit het VTH-beleid 2024-2028 in 2025 Vanuit het nieuwe VTH beleid 2024-2028 zijn nieuwe doelen, indicatoren en streefwaarden opgesteld waar we in 2025 mee aan de slag zullen gaan. Zie bijlage 7. Verwachte bijdrage aan projecten In 2025 gaan we conform de nieuwe OW de producten verder uitkristalliseren en daar waar mogelijk meer ervaring mee opdoen zoals de bouwmeldingen voor gevolgklasse 1 bouwwerken. Er wordt in 2025 rekening gehouden met een raming van ongeveer 1000 uur om te besteden aan het verder implementeren van de OW. Hierbij valt te denken aan het optimaliseren van de nieuwe werkprocessen, sjablonen verbeteren en de afstemming met het nieuwe VTH-beleid 2024-2028. Ook deelname aan het ontwikkelen/door ontwikkelen van de nieuwe Omgevingsvisie maakt hier onderdeel vanuit. Daarbij is het belangrijk dat er geen stappen worden overgeslagen en de digitale systemen aansluiting hebben. Deze post is in onderstaande overzicht opgenomen onder Overige projecten binnen vergunningverlening OW. Aanvullend zullen alle vergunningverleners worden getoetst aan de nieuwe kwaliteitscriteria 3.0 die vanaf 1-1-2025 gaat gelden. Deze toets zal worden uitgevoerd door het bureau Libereaux. Hiervoor zullen de vergunningverleners aardig wat uren kwijt zijn om deze toetsing te doorlopen. Daarom is het ook opgenomen qua uren onder overige Projecten Verwachte capaciteitsverantwoording t.o.v. verwachte productie 2025 Voor het uitvoeren van het programma voor 2025 is naar verwachting 4,39 fte nodig. Er is 5,82 fte structureel beschikbaar. Dat zou voldoende moeten zijn om de werkvoorraad beheersbaar te houden. Maar ook in 2025 zal het noodzakelijk zijn om goed te monitoren en waakzaam te zijn bij mogelijke verloop en/of ziekte. Afwijkingen en risico’s Er is een risico dat de geplande werkvoorraad niet kan worden gerealiseerd door onvoorziene situaties zoals verloop of ziekte. De voortgang wordt periodiek besproken met de vaste medewerkers en waar nodig wordt extra capaciteit ingezet of gebruik gemaakt van de mogelijkheid om dossiers uit te besteden (outsourcing). Hierdoor kan de taakuitvoering adequaat en op een beheersbaar niveau uitgevoerd worden. Een onzekere factor in het geheel is de uitvoering van de werkzaamheden rond de Wkb omdat wij hier weinig tot geen ervaring mee op hebben kunnen doen in 2024.

Rechtspraak bij dit artikel