Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3

Artikel 3.3.1

Stedenbouw

Onderdeel van Geluidbeleid

In de nabijheid van geluidbronnen kan, ondanks de (soms hoge) geluidbelasting, met een goede (steden)bouwkundige inrichting toch een goed of in ieder geval aanvaardbaar akoestisch klimaat worden gerealiseerd. De inzet van de gemeente is deze middelen optimaal te benutten. De beste aanpak bij nieuwbouw is de bouwblokken zoveel mogelijk parallel aan de geluidbron te realiseren, zodat de woningen een geluidluwe zijde hebben. Bij hoge geluidbelastingen vormen gesloten (carrévormige en u-vormige) bouwblokken of hofjesstructuur veelal de optimale oplossing, vanwege het ontstaan van een geluidluwe binnentuin. Het gaat er daarbij uiteraard niet om dit soort bebouwingsvormen voor te schrijven. Er zijn echter veel meer bouwvormen waarmee een goed resultaat kan worden bereikt. Kort samengevat: het gaat om het resultaat in ontwerpkeuzes. Handreiking voor (steden)bouwkundige inrichting Mogelijke bouwstenen voor een stedenbouwkundige setting met een beter akoestisch klimaat of minder dan wel lagere overschrijdingen van de standaardwaarden zijn: vermijden appartemententorens als eerstelijns bebouwing ten opzichte van geluidbron (deze schermen het geluid niet af); niet haaks ten opzichte van de bron bouwen (het geluid dringt eenvoudig het gebied binnen); bebouwing die de geluidbron zo goed mogelijk afschermt (zorgt voor een lage geluidbelasting van achterliggende bebouwing); u-vormige bebouwing (geeft een geluidluwe buitenruimte); vermijden van eenzijdig georiënteerde woningen (hebben niet allemaal een geluidluwe zijde en buitenruimte).Voor de volledigheid wordt hierbij vermeld dat er geen bebouwingsvorm wordt voorgeschreven of verboden. Het gaat om maatwerk waarbij geluid onderdeel is van een integrale afweging. Hierna is een matrix weergegeven. De matrix maakt voor verschillende bebouwingsvormen inzichtelijk wat het effect is op het akoestisch klimaat van het gebouw en de omgeving. Uit de matrix volgt bijvoorbeeld dat wanneer een gebouw en de bijbehorende buitenruimte omringd is door één geluidbron, er dan aan één zijde een geluidbelaste gevel en buitenruimte is. Het achterliggende gebied wordt afgeschermd als er sprake is van aaneengesloten bebouwing. Dit geldt voor alle gebouwvormen in de matrix. In de matrix is ook te zien dat een gebouw met een carrévorm nog steeds een geluidluwe gevel en buitenruimte beschikt, ook al wordt deze omringd door 4 geluidbronnen (zie rechtsboven in matrix). De voordelen van dit soort bouwvormen voor het akoestisch klimaat komt tot uitdrukking in de volgende positieve kenmerken: de bouwblokken beschikken, naast een geluidbelaste zijde, ook over een geluidluwe zijde; er ontstaat de mogelijkheid om geluidluwe buitenruimtes te realiseren; door een goede woningindeling (zonering binnen de woning) kan hinder binnen de woningen worden geminimaliseerd: entrees, badkamers etc. aan de geluidbelaste zijde, geluidgevoelige ruimtes22Een geluidgevoelige ruimte is een verblijfsruimte of verblijfsgebied van een gebouw met een woonfunctie (artikel 3.22, lid 1, onder a Bkl). Ook een bijeenkomstfunctie die een nevengebruiksfunctie is van een woonfunctie van een verzorgingshuis (bijvoorbeeld een recreatiezaal), is een geluidgevoelige ruimte. zoals woon- en slaapkamers zoveel mogelijk aan de geluidluwe zijde. Bouwblokken parallel aan de geluidbron hebben bovendien als voordeel dat daarmee het erachter gelegen gebied wordt afgeschermd. Daarmee kan het aantal woningen waarbij de geluidbelasting hoger is dan de standaardwaarde zo beperkt mogelijk blijven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel