Bij het toelaten van geluidgevoelige gebouwen en bij de aanleg of wijziging van wegen vindt akoestisch onderzoek plaats. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staat dat in het omgevingsplan een geluidbelasting is toegestaan die hoger is dan de standaardwaarde. Dit kan alleen als geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen. Daarbij moet worden gezocht naar maatregelen die ertoe leiden dat het geluid bij zo veel mogelijk gevels onder de standaardwaarde blijft en voor de gevels waarbij dat niet kan de overschrijding van de standaardwaarde zoveel mogelijk wordt beperkt.
Er moet worden uitgegaan van de voorkeursvolgorde:
Bronmaatregelen
Overdrachtsmaatregelen
Maatregelen bij de ontvanger
Als maatregelen niet doeltreffend zijn en er bezwaren zijn van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard dan is het mogelijk om van de standaardwaarde af te wijken tot aan de grenswaarde. De kosten voor maatregelen zijn voor rekening van de initiatiefnemer van een plan.
Hieronder staan een aantal voorbeelden van de meest voorkomende maatregelen beschreven en de aandachtspunten die daarbij horen. Deze lijst is dus niet uitputtend.
Bronmaatregelen
Bronmaatregelen behoren tot de maatregelen die als eerste overwogen en onderzocht moeten worden. Een voorbeeld van een bronmaatregel is het toepassen van een geluidreducerend wegdek (“stil asfalt”). Een geluidreducerend wegdek is niet in alle situaties toepasbaar. Bijvoorbeeld bij wringend verkeer zoals op een kruispunt of bij scherpe bochten of bushaltes. Voor railverkeer kunnen raildempers overwogen worden als bronmaatregel.
Een andere bronmaatregel is de verlaging van de rijsnelheid. Deze maatregel sluit goed aan bij de ambities uit het Mobiliteitsprogramma Delft 2040. Aandachtspunt bij snelheidsverlaging is de inrichting van de weg. Wanneer de snelheid wordt verlaagd van 50 km/uur naar 30 km/uur betekent dit vaak ook dat de inrichting van de weg gewijzigd moet worden. Vaak wordt dan overwogen om asfaltverharding te vervangen door een klinkerbestrating. In sommige gevallen kan dit juist zorgen voor een toename van het geluid in plaats van de beoogde afname van het geluid.
Bij het geluid vanwege de activiteiten op een gezoneerd industrieterrein zijn bronmaatregelen vaak alleen af te dwingen als er nieuwe bedrijven zich willen vestigen, omdat bestaande bedrijven vaak al bestaande rechten hebben. Toch zijn bij bestaande bedrijven soms nog maatregelen mogelijk, zoals het toepassen van dempers. Dit is echt maatwerk, waardoor het lastig is om hier beleidsregels voor op te stellen.
In paragraaf 2.5.2 staat meer informatie over bronmaatregelen.
Overdrachtsmaatregelen
Maatregelen in de overdracht kunnen een dempend effect hebben op het geluid dat bij de ontvanger binnenkomt. Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van een geluidscherm tussen de bron en de ontvanger. Bij geluidschermen moet wel aandacht zijn voor reflectie, zodat er geen ongewenste neveneffecten ontstaan. Geluidschermen kunnen ook weer een bijdrage leveren aan de energietransitie door bijvoorbeeld geluidschermen te integreren met zonnepanelen. Geluidschermen worden vooral toegepast in buitenstedelijke situaties (bijvoorbeeld langs een rijksweg), omdat geluidschermen in binnenstedelijke situaties vaak stedenbouwkundig ongewenst zijn.
Sinds een aantal jaar worden ook diffractoren toegepast als overdrachtsmaatregelen. Dit is een betonnen constructie met holtes die parallel aan het wegdek lopen, waardoor geluid geabsorbeerd wordt en de geluidgolven naar boven worden afgebogen. Hetzelfde concept wordt ook wel aangeduid als geluidgoot of geluidafbuiger. Deze maatregel is meer geschikt om bij wegen toe te passen waar naast het wegdek nog voldoende ruimte beschikbaar is.
Ook de afstand tussen geluidbron en ontvanger (vaak woningen) vergroten of het toepassen van groen is een overdrachtsmaatregel. Het effect van groen (waaronder bomen) is in veel gevallen maar zeer beperkt maar kan wel een positieve bijdrage leveren aan de beleving van het geluid. Daarnaast zijn er ook een aantal stedenbouwkundige principes die toegepast kunnen worden om geluidhinder te voorkomen (zie hiervoor ook paragraaf 3.3.1).
Maatregelen bij ontvanger
Maatregelen bij de ontvanger, zoals gevelisolatie, hebben geen effect op de buitenruimte van woningen of achterliggende woningen. Wel kunnen ze invloed hebben op de woonkwaliteit van die woning met ontvangermaatregelen. Aandachtspunt bij gevelisolatie is dat de geluidwering wordt berekend met gesloten ramen. In de praktijk blijkt dat veel mensen graag met het raam open slapen (vooral in de zomer). Het effect van gevelisolatie op geluidniveaus in de woning is op dat moment beperkt. Ventilatievoorzieningen zijn belangrijk in woningen vanwege de luchtkwaliteit binnenshuis. Het is dus niet wenselijk om ventilatiemogelijkheden te beperken.
In de nabijheid van geluidbronnen kan, ondanks de (soms hoge) geluidbelasting, met een goede (steden)bouwkundige inrichting toch een goed of in ieder geval aanvaardbaar akoestisch klimaat worden gerealiseerd. In paragraaf 3.3.1 worden hiervoor bouwstenen aangereikt ter inspiratie.
Beleidsvoornemen: maatregelafweging
Voordat de Omgevingswet inwerking trad kende de Wet geluidhinder ook de verplichting om maatregelen te onderzoeken zodra de standaardwaarde werd overschreden. Er was echter geen beoordelingskader waarin staat welke criteria gelden om te kunnen beoordelen of sprake is van financiële bezwaren. In de Omgevingswet is dit ook niet het geval. Door vooraf duidelijkheid te hebben in welke situaties een initiatiefnemer rekening moet houden met bron- of overdrachtsmaatregelen kan hier al in een vroeg stadium van het planproces rekening mee worden gehouden. Hiermee wordt ook voorkomen dat er achteraf geconcludeerd wordt dat de geluidbelasting onnodig hoog is of dat er gebouwgebonden maatregelen worden gerealiseerd die in sommige gevallen ook voorkomen hadden kunnen worden.
In de komende planperiode onderzoekt de gemeente de uitvoerbaarheid van een criterium voor bron- en overdrachtsmaatregelen. Onderdeel van de onderzoeksvraag is ook hoe het gebruik van dit criterium geborgd kan worden.
Het Rijk gebruikt al jaren een criterium voor bron- en overdrachtsmaatregelen. Er zijn ook een aantal gemeenten in Nederland die een vergelijkbaar criterium gebruiken. Ook is de Provincie Zuid-Holland voornemens om gemeenten en omgevingsdiensten hierbij te ondersteunen. Voor de volledigheid wordt vermeld dat de keuze voor een criterium niet zozeer een beleidswijziging is maar meer een methode om duidelijkheid aan ontwikkelaars te geven over wanneer hij verplicht is bron- of overdrachtsmaatregelen toe te passen.