Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4

Artikel 3.4.3

Woningindeling

Onderdeel van Geluidbeleid

Wanneer de geluidbelasting hoger is dan de standaardwaarde worden net als in het oude geluidbeleid voorwaarden gesteld aan de woningindeling. Met betrekking tot de woningindeling en het gebruik van woningen gelden de volgende eisen: Elke woning bevat ten minste 1 slaapkamer die aan de niet hoogst geluidbelaste zijde is gesitueerd; bij voorkeur wordt de helft van de geluidgevoelige ruimte of de helft van het oppervlak van alle geluidgevoelige ruimtes samen niet aan de hoogst geluidbelaste zijde gesitueerd. Voor zover relevant, geldt dat op eenzelfde wijze voor andere geluidgevoelige bebouwing; zo ligt bijvoorbeeld in scholen het merendeel van de leslokalen (in aantal) aan de geluidluwe zijde. Uitzondering Bij niet zelfstandige woonruimten (bijvoorbeeld studentenwoningen of woningen in een woonzorgcentrum), eenzijdig georiënteerde zelfstandige wooneenheden en daarmee te vergelijken bouwvormen zijn de richtlijnen voor de woningindeling niet van toepassing, omdat dergelijke complexen anders over het algemeen niet kunnen worden gerealiseerd. Wel dient op gebouwniveau ten minste 50% van de woningen niet te zijn gesitueerd aan de hoogst geluidbelaste zijde. Hier staat wel tegenover dat bij de (niet zelfstandige) woningen met een geluidbelasting hoger dan 65 dB Lden of 55 dB Lnight een compenserende maatregel wordt toegepast. Deze compenserende maatregel bestaat uit een geluiddempende maatregel, zodat een raam kan worden geopend in de slaapkamer die aan hoog belaste zijde is gesitueerd. Voorbeelden van geluiddempende maatregelen zijn een harbour fenster, metaglas of coulissenkast.

Rechtspraak bij dit artikel