Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4

Artikel 3.4.4

Niet-geluidgevoelige gevels

Onderdeel van Geluidbeleid

In het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit mag worden opgenomen dat de grenswaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving overschreden mogen worden als sprake is van een niet-geluidgevoelige gevel. Er zijn daarbij 2 situatie te onderscheiden: Als er aan de gevel waarop de grenswaarden worden overschreden bouwkundige maatregelen kunnen worden getroffen die borgen dat het geluid op de te openen delen niet hoger is dan de grenswaarde. In dat geval moet het omgevingsplan bepalen dat de betreffende gevel een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is. Als er zwaarwegende economische of andere maatschappelijke belangen zijn die de overschrijding rechtvaardigen. In dat geval moet het omgevingsplan bepalen dat de betreffende gevel een niet-geluidgevoelige gevel is. Onder de Wet geluidhinder werd een niet-geluidgevoelige gevel ook wel een “dove gevel” genoemd. In deze dove gevel mocht geen te openen delen zitten, of met uitzondering te openen delen bevatten mits daarachter geen geluidgevoelige ruimte zat. Nieuw ten opzichte van de dove gevel uit de Wet geluidhinder is dat de definitie van de dove gevel iets is verruimd. De niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is een alternatief voor de niet-geluidgevoelige gevel. In een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen mogen ook deuren zitten die onderdeel zijn van een gemeenschappelijke doorgang. Dit betreft bijvoorbeeld gemeenschappelijke toegangsdeuren, tussendeuren en nooduitgangen in een appartementengebouw, maar niet de voordeur van een appartement of de deur naar een bijbehorende buitenruimte. Bij een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is het mogelijk om een nieuw geluidgevoelig gebouw te voorzien van een bouwkundige constructie waardoor wel het geluid op ramen en deuren (alle te openen delen) aan de geluidbelaste zijde wordt beperkt tot de grenswaarde. Aan het geluid op de andere vaste constructieonderdelen die geen te openen delen zijn wordt dan geen maximum gesteld. Dat betekent wel dat, in ieder geval aan de geluidbelaste zijde, het geluid in de directe omgeving van het gebouw niet voldoet aan de eis van een goed woon- en leefklimaat. Om hiervoor te kunnen compenseren is onder andere voorgeschreven dat bij het toelaten van een dergelijk gebouw het belang van het beschermen van de gezondheid moet worden betrokken door een geluidluwe gevel. Wanneer staan we een niet-geluidgevoelige gevel toe? Niet-geluidgevoelige gevels zijn niet wenselijk en vormen daarom een terugvalscenario. Een initiatiefnemer kan een niet-geluidgevoelige gevel alleen toepassen als er redelijkerwijs en aantoonbaar geen andere oplossingen mogelijk zijn. Om een positieve impuls te geven aan de totale leefomgevingskwaliteit is als gevolg van een niet-geluidgevoelige gevel een compenserende maatregel nodig. Hier is in de voorwaarden een nadere invulling aan gegeven (zie hiervoor het volgende kader). Een verplichte compenserende maatregel bij een niet-geluidgevoelige gevel is de aanwezigheid van een geluidluwe zijde of geveldeel. Studies tonen aan dat personen die een woning met een stille zijde hebben, minder hinder rapporteren dan personen die een woning zonder een geluidluwe zijde hebben. Bij enkelzijdig georiënteerde woningen is het niet mogelijk om een geluidluwe zijde te creëren. Aan de geluidbelaste zijde kan toch een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat ontstaan door het maken van een geluidluw geveldeel (zoals een loggia). Ter compensatie voor het ontbreken van een geluidluwe zijde wordt als voorwaarde gesteld dat de woning een buitenruimte heeft die groter is dan volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is voorgeschreven. Voor kleine appartementen geldt op grond van het Bbl niet de verplichting om een eigen buitenruimte te realiseren. Echter, op grond van het beleid geldt ook voor deze woningen de eis van een geluidluwe zijde of geveldeel. De voorwaarden voor het toepassen van een niet-geluidgevoelige gevel zijn: Een niet-geluidgevoelige gevel (met of zonder bouwkundige maatregelen) mag alleen worden toegepast als er redelijkerwijs en aantoonbaar geen andere oplossingen mogelijk zijn. Er zijn maximaal 2 niet-geluidgevoelige gevels per woning toegestaan. Bij niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen is het onderbreken van de gevel tevens toegestaan door geveldelen als verglaasde balkons, loggia’s en serres of vergelijkbare voorzieningen. Op de aldus afgeschermde gevel wordt de geluidbelasting teruggebracht tot de wettelijke grenswaarde(n), zodat in dat deel van de gevel te openen ramen en deuren kunnen worden geplaatst. De hiervoor bedoelde verglaasde balkons, serres en loggia’s moeten buiten de thermische schil van de woning liggen. Wanneer een woning wordt uitgevoerd met een niet-geluidgevoelige gevel moet deze beschikken over een geluidluwe zijde en - als dat niet mogelijk is - een geluidluw geveldeel. Indien het onderbreken van de niet-geluidgevoelige gevel noodzakelijk is om een geluidluw geveldeel te realiseren, bedraagt de oppervlakte van de verglaasde balkons, serres en loggia’s minimaal 9 m2. Het college kan van deze oppervlakte-eis afwijken als naar het oordeel van het college op een andere wijze wordt voorzien in een compensatie voor de hoge geluidbelasting in combinatie met de afwezigheid van een geluidluwe zijde van de woning, mits de oppervlakte ten minste 6 m2 bedraagt en er een gezamenlijke geluidluwe buitenruimte is. Deze gezamenlijke geluidluwe buitenruimte heeft een oppervlakte van 1 m2 per persoon met een minimum van 100 m2 per gemeenschappelijke buitenruimte. In het verglaasde balkon, serre of loggia heerst continu buitenluchtkwaliteit, waardoor spuien of ventileren van de daaraan grenzende geluidgevoelige ruimte hierop mogelijk is, volgens eisen die volgen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (gelijk aan de eis bij de ruimte tussen vlies en gevel). Bij de berekening van de ventilatie wordt ervan uitgegaan dat eventueel te openen delen in de loggia/serre/verglaasd balkon gesloten zijn. Deze eis geldt niet voor het spuien van de woonkamer, bij het spuien van de woonkamer mogen de te openen delen geopend zijn, ook al leidt dat tot een tijdelijk hogere geluidbelasting. Studentenwoningen Als studentenwoningen die worden voorzien van een niet-geluidgevoelige gevel (met of zonder bouwkundige maatregelen) kan van de voorwaarde over de aanwezigheid van een geluidluwe zijde of geveldeel worden afgeweken. Eis is dan wel dat bij studentenwoningen op gebouwniveau ten minste 50% van de studentenwoningen niet aan de hoogst geluidbelaste zijde moet liggen. Aandachtspunten niet-geluidgevoelige gevels Omgevingsplan Het geluid op de niet-geluidgevoelige gevel van een geluidgevoelige gebouw mag hoger zijn dan de grenswaarde. Dat kan tot problemen leiden bij een wijziging van de geluidbron (weg, spoorweg of industrieterrein) die het geluid op de gevel veroorzaakt. Omdat het geluid al hoger is dan de grenswaarde, is een verdere toename van het geluid vaak lastig te onderbouwen. Bovendien is het achteraf aanbrengen van extra geluidwerende maatregelen vaak niet of nauwelijks mogelijk. Daarom schrijft artikel 5.78y van het Besluit kwaliteit leefomgeving voor dat de gevel waarop de grenswaarde wordt overschreden in het omgevingsplan moet worden aangemerkt als niet-geluidgevoelige gevel. Gevelwering De geluidregels voor het wijzigen van een geluidbronsoort gelden niet voor een niet-geluidgevoelige gevel. Het gevolg is dat bij het wijzigen van de bronsoort, bijvoorbeeld verbreding van een gemeenteweg, ook de binnenwaarde niet meer hoeft te worden toegepast. Daarom is in het Besluit bouwwerken leefomgeving bepaald dat bij een niet-geluidgevoelige gevel de uitwendige scheidingsconstructie al bij de bouw of verbouw een 3 dB betere geluidwering meekrijgt zodat die op voorhand bestand is tegen een toekomstige toename van het geluid (artikel 4.103b Bbl).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel