Actuele voorschriften
Het toetsen en actualiseren van vergunningen is een basistaak. In de Omgevingswet is aangegeven dat het bevoegde gezag “regelmatig” beziet of de aan een vergunning verbonden voorschriften nog toereikend zijn. Ook wordt aangegeven dat technische ontwikkelingen of de kwaliteit van het milieu hiervoor aanleiding kan geven. Er zijn meerdere redenen om vergunningen te toetsen op actuele voorschriften en deze eventueel ook aan te passen:
Als wetgeving of beleid wijzigt: Europese of landelijke normstelling, jurisprudentie of beste beschikbare technieken schrijven aanscherping van de voorschriften voor bij bepaalde MBA’s (binnen 1-4 jaar).
Als vanuit toezicht een ernstige tekortkoming of een acute situatie wordt vastgesteld op een locatie.
Daarnaast kunnen ook regionale of lokale doelen worden nagestreefd: voorkomen van rechtsongelijkheid (door verouderde voorschriften), aanscherpen van voorschriften vanwege gemeentelijke beleidsthema’s of het verbeteren van het vergunningenbestand.
Gebruiksruimte
Toets op gebruiksruimte (intrekken vergunning): In de Omgevingswet zijn regels opgenomen voor het intrekken van vergunningen om te voorkomen dat er onnodig milieugebruiksruimte vergund blijft. In praktijk blijkt dat vooral interessant als een gemeente een eigen ambitie heeft op gebied van ruimtelijke ontwikkeling (in het buitengebied). Een vergunning kan voor intrekking in aanmerking komen als:
Aantoonbaar gedurende drie jaren geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van het milieudeel van de vergunning en intrekken milieutechnisch meerwaarde heeft.
Als een MBA niet kan voldoen aan de eisen van Best Beschikbare Technieken (BBT) en als daardoor (onherstelbare) milieuschade ontstaat.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.2
Zorg voor actuele vergunningen
Onderdeel van Regionaal operationeel kader milieutoezicht en handhaving 2025-2028 (ROK VTH 2025-2028)