Samenwerking met toezicht en handhaving: een inhoudelijk correcte afhandeling van een melding of vergunning kan inzet op toezicht en handhaving beperken. Als er sprake is van een aanvraag of melding n.a.v. een controle vraagt de vergunningverlener de toezichthouder om informatie over de aangetroffen situatie en aandachtspunten op de locatie. De toezichthouder krijgt een rol bij het toetsen op de mogelijkheid tot handhaving van kritische en/of 'maatwerk’ vergunningvoorschriften (handhaafbaarheidstoets). Er wordt een “warme overdacht” tussen vergunningverlener en toezichthouder georganiseerd, zeker bij complexe vergunningen. Hierbij wordt ook afgestemd met de betreffende gemeente.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.3
Afstemming tussen vergunningverlening en toezicht en handhaving
Onderdeel van Regionaal operationeel kader milieutoezicht en handhaving 2025-2028 (ROK VTH 2025-2028)