Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Uittreding uit de regeling

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Belastingen Bollenstreek

1.. Een deelnemer kan uit de regeling treden krachtens een daartoe strekkend besluit van het college, genomen na verkregen toestemming van de raad en met inachtneming van het bepaalde in artikel 1 van de wet. 2.. Een deelnemer kan eerst uittreden na afloop van een periode van drie jaar na toetreding tot de belastingsamenwerking. 3.. Het voornemen tot uittreding wordt tenminste één jaar voorafgaand aan de datum van uittreding bij aangetekende brief bekend gemaakt aan het college van de centrumgemeente. 4.. Na ontvangst van de in het derde lid bedoelde brief, wordt in overleg met de uittredende deelnemer aan een onafhankelijke registeraccountant opdracht gegeven om op basis van de gangbare principes bij uittreding, een plan op te stellen dat tenminste inzicht geeft in de gevolgen van de uittreding voor het vermogen van de belastingsamenwerking en de deelnemers. Hierbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen en alle kosten, die direct of indirect samenhangen met de uittreding. 5.. Het in het vierde lid bedoelde plan wordt uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van het in het derde lid bedoelde brief bij gezamenlijk besluit door de colleges van de deelnemers vastgesteld. 6.. De gangbare regels uit vaste rechtspraak worden hierbij in acht genomen en het uittredingsplan wordt als besluit bekendgemaakt (ook) aan de uittredende deelnemer. 7.. De uit het plan voortvloeiende financiële verplichtingen zijn voor de uittredende deelnemer bindend. 8.. Indien zich omstandigheden van buitengewone aard voordoen waardoor in redelijkheid van een of meer deelnemers gehele of gedeeltelijke voortzetting van de regeling niet gevergd kan worden, kan na overleg tussen de deelnemers van het bepaalde in de voorgaande leden van dit artikel worden afgeweken.

Rechtspraak bij dit artikel